Naar boven ↑

Rechtspraak

Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers / Transavia Airlines BV
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 27 oktober 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:10758
Kort geding. Vorderingen VNV tegen Transavia op grond van het “Protocol Inhuur Instructeurs” en de cao afgewezen. Spoedeisend belang onvoldoende gebleken.

Feiten

Iedere vlieger in dienst van Transavia heeft een algemeen vliegbrevet en een typekwalificatie (“TQ”) om vluchten met een specifiek type vliegtuig uit te mogen voeren. Daarvoor moet een specifieke TQ-opleiding worden doorlopen. Daarnaast dient een nieuwe vlieger bij indiensttreding een Operator Conversion Course (“OCC”) te volgen, waarmee de vlieger de specifieke regels leert die bij Transavia gelden. Op 25 februari 2014 is tussen Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (“VNV”) en Transavia het “Protocol Inhuur Instructeurs” tot stand gekomen. Hierin is onder meer een afspraak opgenomen over de inhuur van externe adviseurs en extra inzet van Transavia-instructeurs. Verder is in de Cao van Transaviavliegers opgenomen dat de werkgever en VNV in overleg treden over gemeenschappelijke belangen wanneer één der partijen dit gewenst acht. De huidige vloot van Transavia bestaat uitsluitend uit vliegtuigen van het type Boeing 737. Op 16 december 2021 heeft Transavia aangekondigd dat zij haar vloot vanaf 2023 in fasen gaat vervangen door vliegtuigen van het type Airbus. Voordat de vliegers lijnvluchten mogen uitvoeren op de vliegtuigen van Airbus, moeten zij worden omgeschoold. Vanaf oktober 2023 zal Transavia starten met omscholing van haar vliegers, waarbij de OCC-opleiding en lijntraining voor de vliegtuigen van Airbus zullen worden uitgevoerd door het core team (eigen vliegers/instructeurs van Transavia). In de zomer van 2022 hebben VNV en Transavia afspraken gemaakt over de opleiding van het core team voor de vliegtuigen van Airbus. In een gesprek op 14 juni 2023 heeft VNV zich op het standpunt gesteld dat het protocol (ook) van toepassing is op de omscholing van de overige vliegers van Transavia voor zover die nodig is in verband met de vlootvernieuwing. Zij stelt dat een financiële compensatie door Transavia moet worden voldaan vanwege het negatieve effect op de werkgelegenheid en de loopbaanontwikkeling van het extern beleggen van de Airbus TQopleiding. VNV vordert onder meer Transavia te verbieden om voor TQ-opleidingen andere instructeurs in te zetten dan vliegers die bij haar in dienst zijn.

Oordeel

Ter onderbouwing van het spoedeisend belang heeft VNV aangevoerd dat Transavia heeft medegedeeld vanaf oktober 2023 externe instructeurs voor de Airbus TQopleidingen te willen inzetten. Omdat er gaan overeenstemming is bereikt over de voorwaarden rondom de mogelijke inzet van externe instructeurs, dreigt volgens VNV een schending van meerdere afspraken tussen VNV en Transavia. Transavia betwist het spoedeisend belang van de situatie, omdat het momenteel en op korte termijn onmogelijk is om intern de Airbus TQ-opleiding te verzorgen. Dit vereist de opstelling van een trainingsprogramma door ervaren Transaviapiloten met een afgeronde Airbus TQ-opleiding. VNV heeft niet weerlegd dat dit proces minstens enkele maanden zal duren. Transavia heeft verder aangevoerd er nog steeds financiële afspraken met VNV kunnen worden gemaakt als de aangekondigde arbitrageprocedure beslist dat VNV verplicht is dit te doen. De voorzieningenrechter concludeert dat Transavia's argument dat er geen spoedeisend belang is, valide is en dat VNV kan wachten op de uitkomst van de bodemprocedure. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat – zelfs als het spoedeisend belang wel zou zijn aangenomen – de gevraagde voorzieningen hadden moeten worden afgewezen, omdat de voorzieningenrechter het onvoldoende waarschijnlijk acht dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat VNV zich op het protocol kan beroepen.