Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/DSV Air & Sea Rozenburg B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 8 november 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:11114
Ten onrechte loonopschorting van (gedeeltelijke) arbeidsongeschikte werknemer. Niet is gebleken dat structureel controlevoorschriften zijn overschreden. Toewijzen loonvordering, inclusief betaling van de energiebonus.

Feiten

Werknemer is per 17 januari 2022 in dienst getreden bij DSV Air & Sea Rozenburg B.V. (hierna: DSV) in de functie van Terminal Operator. Werknemer heeft op 25 juli 2022 een verkeersongeval gehad. In een advies van 5 september 2022 van de bedrijfsarts staat dat werknemer zonder tegenbericht niet is verschenen op de afspraak. Als onderdeel van de re-integratie is afgesproken dat werknemer op 20 september 2022 voor maximaal vier uur per dag lichte werkzaamheden zou gaan verrichten. Werknemer is op 20 september zonder bericht niet komen opdagen. Werknemer is nogmaals verzocht om op het werk te verschijnen. Per 14 oktober 2022 is het loon van werknemer opgeschort. Bij brief van 16 november 2022 is DSV gesommeerd om het loon van werknemer te betalen. Werknemer verzoekt DSV te veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 4.209,34 aan achterstallig loon over oktober, november en december 2022 omdat hij op grond van 7:629 lid 1 BW recht heeft op 70% van zijn naar tijdruimte vastgestelde loon. In dit geval heeft de werknemer de eerste 52 weken recht op het minimumloon. DSV betwist dat zij gehouden is salaris na te betalen aan werknemer. Het salaris van werknemer is op goede gronden opgeschort omdat werknemer de ziekteverzuimvoorschriften tijdens arbeidsongeschiktheid zoals vastgelegd in het ziekteverzuimprotocol van SV herhaaldelijk heeft geschonden. Werknemer heeft geen recht op betaling van de energiebonus in verband met de loonopschorting. 

Oordeel 

Een deskundigenoordeel is niet noodzakelijk omdat DSV de arbeidsongeschiktheid van werknemer niet betwist. De kantonrechter stelt vast dat DSV het loon van werknemer conform de vereisten van artikel 7:629 lid 6 BW heeft opgeschort. De situatie is echter door het oordeel van de bedrijfsarts van 18 oktober 2022 veranderd. Op 18 oktober 2022 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werknemer door een nieuw, niet-werkgerelateerd incident nieuwe klachten heeft ontwikkeld, waardoor hij tijdelijk volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht. De bedrijfsarts adviseert daarom een telefonische vervolgafspraak over vier weken in te plannen. Daarmee is voldaan aan in ieder geval twee van de voorwaarden die DSV in haar brief van 14 oktober 2022 aan werknemer heeft gesteld om weer aanspraak te kunnen maken op loon. Volgens de kantonrechter is na 18 oktober 2022 geen sprake van stelselmatige pogingen van DSV om met werknemer in contact te komen en evenmin is gebleken dat werknemer stelselmatig niet goed bereikbaar was. Van een structureel verzaken van de controlevoorschriften door werknemer is dan ook niet gebleken. Naar het oordeel van de kantonrechter kwam het recht van DSV om de loonbetaling op grond van artikel 7:629 lid 6 BW op te schorten daardoor per 18 oktober 2022 te vervallen. DSV heeft het loon voor enkel de periode 14 tot 18 oktober 2022 deugdelijk opgeschort zodat zij over deze periode geen loon (ziekengeld) aan werknemer is verschuldigd. Over de periode vanaf 18 oktober 2022 is zij dat wel. Ook de energiebonus van € 500 wordt toegewezen. Aan de in de e-mail opgenomen voorwaarden om deze bonus te ontvangen is in het geval van werknemer voldaan omdat hij op 1 augustus 2022 in dienst was bij DSV en op 15 oktober 2022 nog steeds. De kantonrechter zal de vordering van werknemer toewijzen.