Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 november 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:7044
Feiten
Werknemer is op 1 januari 2023 voor de bepaalde tijd van zeven maanden in dienst getreden bij Dronq Personeel B.V. zonder tussentijds opzegbeding. Vervolgens is werknemer door Dronq op staande voet ontslagen bij brief van 11 april 2023. Kort en goed zou werknemer werk hebben geweigerd, en daarenboven een medewerker hebben uitgescholden, belaagd en aangevallen, aldus de dringende redenen voor ontslag zoals verwoord in de ontslagbrief. Vervolgens zou werknemer met medewerking van de politie het bedrijfspand hebben verlaten. Werknemer betwist de dringende redenen voor ontslag op staande voet door te stellen dat niet hij maar een medewerker van Dronq de agressor was bij voornoemd incident. Werknemer berust in het ontslag en verzoekt om toekenning van een vergoeding voor onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Dronq heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen ter mondelinge behandeling.
Oordeel
Dronq dient geen verweerschrift in en verschijnt niet ter mondelinge behandeling van 15 september 2023, waarop de kantonrechter de zaak aanhoudt om werknemer in de gelegenheid te stellen Dronq per exploot of aangetekend schrijven op te roepen voor zitting van 5 oktober 2023. Ook hier laat Dronq verstek gaan. De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer vervolgens toe, nu Dronq dit onweersproken heeft gelaten. De kantonrechter stelt aldus vast dat Dronq de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW nu een dringende reden ontbreekt. De verzochte billijke vergoeding van € 1.000 acht de kantonrechter – kortheidshalve verwijzend naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad hieromtrent – toewijsbaar en billijk. Nu niet is gebleken van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van werknemer, acht de kantonrechter de transitievergoeding van € 712,00 eveneens toewijsbaar. Tevens wordt de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegewezen. Nu een tussentijds opzegbeding ontbreekt, is de vergoeding gelijk aan het bedrag van het loon tot einde contractdatum, te weten 31 juli 2023 en komt aldus neer op € 12.607,37 bruto. Tot slot veroordeelt de kantonrechter Dronq een deugdelijke eindafrekening over te leggen op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat Dronq hiertoe in gebreke blijft en gemaximeerd op € 2.5000.