Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 9 november 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:6726
Feiten
Werknemer is in maart/april 2018 in dienst getreden bij Mosatech. Op 21 oktober 2021 heeft Mosatech werknemer aangesproken op een incident van 18 oktober 2021 waarin hij een meeting van de directeur heeft verstoord zonder daarna excuses te hebben aangeboden. Bij brief van 7 november 2021 heeft werknemer gereageerd op de brief en zijn excuses aangeboden. Anderzijds heeft werknemer de directeur een zeer autoritaire en discriminerende manier van praten verweten. Op 9 december 2022 heeft werknemer een e-mail naar de directeur gestuurd waarin hij een aantal incidenten heeft aangekaart die hij onprettig heeft gevonden. Op 7 maart 2023 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen X, een werknemer van Mosatech, de advocaat van Mosatech en werknemer. Uit dit gespreksverslag blijkt dat beoogd is om afspraken te maken om de samenwerking tussen de directeur en werknemer te verbeteren. De communicatie met de directeur zou vanaf dat moment in principe lopen via X, die ook functioneel leidinggevende van werknemer zou worden. Op 11 april 2023 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden waarin partijen hebben geconcludeerd dat er goede afspraken met elkaar waren gemaakt en dat in september een evaluatiegesprek over de communicatie en samenwerking zou plaatsvinden. Desondanks heeft er al eerder een gesprek plaatsgevonden, nl. op 18 april 2023. Dit gesprek vond plaats op verzoek van X omdat hij vond dat de communicatie met werknemer niet goed verliep. Op 11 mei 2023 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden en op 17 mei 2023 heeft de directeur tegen werknemer gezegd dat de samenwerking zou worden beëindigd. Vervolgens is aan werknemer op 25 mei 2023 een vaststellingsovereenkomst voorgelegd. Daarmee heeft werknemer niet ingestemd. Mosatech verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond.
Oordeel
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer ziet in dat een terugkeer bij Mosatech niet realistisch is. Naar het oordeel van de kantonrechter is de verstoring van de arbeidsovereenkomst ernstig. Dit volgt uit de verwijten die partijen elkaar over en weer maken, de periode waarover de samenwerking niet goed verloopt (dat was al langer het geval, hetgeen blijkt uit de brieven van werknemer van 7 november 2021 en 9 december 2022) en het feit dat het onmogelijk is om elkaar te ontlopen in een bedrijf met tien medewerkers. Werknemer verwijt Mosatech (in de persoon van de directeur) dat zij hem intimideert, dat er tegen hem wordt geschreeuwd en dat hij wordt gekleineerd. Andersom verwijt Mosatech werknemer dat hij niet goed communiceert waardoor klanten zijn vertrokken. Partijen staan dus lijnrecht tegenover elkaar. De vraag is of de verstoring van de arbeidsovereenkomst duurzaam is. De kantonrechter is van oordeel dat de gesprekken die zijn gevoerd onder leiding van de gemachtigde van Mosatech achteraf gezien niet kunnen worden beschouwd als gesprekken gevoerd onder leiding van een onafhankelijke derde. Weliswaar is de gemachtigde van Mosatech niet bij Mosatech in dienst, maar door in deze procedure op de treden als gemachtigde is hij niet onafhankelijk maar vertegenwoordigt hij Mosatech. De kantonrechter heeft echter niet de indruk dat de gesprekken slechts voor de schone schijn zijn gevoerd. De kantonrechter meent dat Mosatech aanvankelijk wel degelijk de intentie had om de verhoudingen te verbeteren door het functioneel leiderschap bij X neer te leggen. Toen dit na ongeveer twee maanden niet bleek te werken, heeft Mosatech besloten dat partijen uit elkaar moesten gaan. Dat is redelijk snel, maar er lag dan ook een voorgeschiedenis van wederzijdse irritaties, die vrijwel allemaal hun oorzaak vinden in gebrekkige communicatie van beide zijden. De kantonrechter ziet de verhoudingen na alles wat er inmiddels is voorgevallen, niet meer ten goede keren, ook niet na, bijvoorbeeld, bemiddeling onder leiding van een onafhankelijke derde. Het ontbindingsverzoek wordt daarom toegewezen.