Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 december 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:12682
Feiten
Super Yacht Spares B.V. (hierna: SYS) is een onderneming gericht op het uitrusten, gereedmaken en ondersteunen van (luxe) jachten. Werknemer is op 1 januari 2021 bij SYS in dienst getreden. Per 1 januari 2022 heeft werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd getekend voor een andere functie bij SYS, waarin diverse postcontractuele bedingen zijn opgenomen, zoals een concurrentiebeding, een relatiebeding en een informatieclausule (geheimhoudingsbeding). Per augustus 2022 heeft werknemer wederom een andere functie bij SYS gekregen. Werknemer heeft tegen 1 december 2023 de arbeidsovereenkomst met SYS opgezegd en is op 1 december 2023 in dienst getreden bij Royal Van Lent Shipyard (hierna: RVLS). SYS is van mening dat werknemer de postcontractuele bedingen overtreedt met zijn indiensttreding bij RVLS. Werknemer betwist dit omdat (a) hij van oordeel is dat het hem vrij staat om bij RVLS te werken, (b) in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat het concurrentiebeding niet wordt overtreden of (c) het beding (gedeeltelijk) vernietigd zal worden of (d) SYS er geen rechten aan kan ontlenen.
Oordeel
Tussen partijen is niet in geschil dat een concurrentiebeding is overeengekomen. Voor zover werknemer stelt dat zijn functie is gewijzigd per augustus 2022, is de kantonrechter van oordeel dat een concurrentiebeding alleen opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen als de functie zodanig wijzigt, dat het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. Werknemer onderbouwt echter niet dat sprake is van een ingrijpende functiewijziging, zodat het aannemelijk is dat in een gewone procedure geoordeeld zal worden dat het concurrentiebeding zijn geldigheid niet heeft verloren. Volgens SYS is RVLS een concurrent, omdat RVLS naast het bouwen van jachten (wat SYS niet doet) ook jachten repareert en onderhoudt. Dit laatste doet SYS ook als hoofdactiviteit. Beide bedrijven leveren dus (reserve)onderdelen aan jachten, zodat volgens SYS RVLS een concurrent is. Werknemer betwist niet dat RVLS activiteiten verricht die SYS ook verricht, maar stelt dat RVLS een scheepswerf is en geen handelsmaatschappij, zodat geen sprake is van concurrentie. Ter zitting heeft SYS toegelicht dat RVLS haar wel degelijk als concurrent ziet, hetgeen bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat SYS niet wordt toegelaten op de werf van RVLS om een jacht te bezoeken (ondanks uitdrukkelijke uitnodiging/verzoek van de eigenaar van dat jacht). De kantonrechter acht het aannemelijk dat er sprake is van concurrentie tussen RVLS en SYS. Dit betekent dat ook voldoende aannemelijk wordt geacht dat werknemer met zijn indiensttreding bij RVLS het concurrentiebeding overtreedt. SYS kan derhalve rechten ontlenen aan het concurrentiebeding. Op grond van de feiten en omstandigheden is het niet aannemelijk dat in een gewone procedure geoordeeld zal worden dat de belangen van werknemer onbillijk worden benadeeld en een rechter in een gewone procedure het concurrentiebeding geheel zal vernietigen. De kantonrechter is echter wel van oordeel dat SYS onvoldoende heeft onderbouwd dat haar belang een jaar beschermd moet worden. De kantonrechter schorst daarom het concurrentiebeding vanaf 1 juni 2024.