Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 18 januari 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:316
Feiten
Werknemer is op 5 december 2022 bij werkgeefster in dienst getreden in de functie van D6 Chauffeur CE op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van één jaar, tegen een brutomaandsalaris van € 3.068,25 exclusief emolumenten. Werknemer heeft zich op 17 augustus 2023 ziekgemeld. Het loon over de maand augustus 2023 heeft werkgeefster op 2 oktober 2023 betaald en het loon over de maand september 2023 heeft zij op 4 december 2023 betaald. Het loon over de maanden oktober, november en de eerste dagen van december 2023 heeft werkgeefster onbetaald gelaten. Werknemer vordert betaling van het salaris vanaf oktober 2023 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, tevens vermeerderd met de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon over de maanden augustus en september 2023.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft niet betwist dat zij op grond van artikel 7:629 BW en de Cao Beroepsgoederenvervoer tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid van een werknemer gehouden is het loon door te betalen. Werkgeefster heeft aangevoerd dat het loon niet geheel dan wel gedeeltelijk is doorbetaald, omdat door het wegvallen van werknemer er geen inkomsten werden gegenereerd en werknemer zich niet heeft gehouden aan gemaakte re-integratieafspraken. Dat door de arbeidsongeschiktheid van werknemer geen dan wel minder inkomsten gegenereerd werden dan voorzien, mag zo zijn geweest, maar dat behoort naar het oordeel van de kantonrechter tot het ondernemersrisico. Dat is in dit geval niet anders en kan geen valide reden zijn om het loon van een zieke werknemer niet te betalen. Of werknemer zich niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft gehouden, is niet te toetsen nu daarvoor geen enkele onderbouwing is gegeven. Daarbij geldt als uitgangspunt dat, indien een arbeidsongeschikte werknemer niet voldoet of niet wil meewerken aan diens re-integratieverplichtingen, het aan de werkgever is om die werknemer eerst te waarschuwen dat dit gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld het uitbetalen van het loon. Hiervan is niet gebleken. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat werkgeefster in een bodemprocedure aan haar loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid zal worden gehouden. De loonvordering van werknemer wordt toegewezen. De kantonrechter acht een wettelijke verhoging van maximaal 25 procent op zijn plaats, in cumulatie met de wettelijke rente die eveneens toewijsbaar is. De wettelijke verhoging is ook toewijsbaar over de maanden augustus en september 2023, nu sprake is van te late betaling.