Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Pascalino B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 31 januari 2024
ECLI:NL:RBLIM:2024:479
Arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege. Loonvordering werknemer omdat werkgeefster in gebreke blijft een deel van het loon te betalen.

Feiten

Op 1 november 2022 is werknemer voor bepaalde tijd als kok in dienst getreden bij Pascalino B.V. m.h.o.d.n. ‘De Dwaze Herder’ (hierna: Pascalino). Het brutosalaris bedraagt € 1.926,57 per maand exclusief vakantiebijslag. De contracturen zijn 26 uur per week. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op 31 mei 2023. Pascalino blijft in gebreke met betaling van een deel van het loon over de maand december 2022 van € 841,60 bruto. Aangezien Pascalino ook de overige salarisbetalingen niet tijdig heeft gedaan, eerst na aanmaning door de gemachtigde van werknemer, maakt werknemer op grond van artikel 7:625 BW aanspraak op een wettelijke verhoging van € 1.350,74 bruto. Pascalino voert verweer door te stellen dat werknemer in de laatste week van november en de eerste week van december 2022 op vakantie is gegaan. Op basis van zijn contracturen en de korte duur van de arbeid had hij onvoldoende uren opgebouwd en zijn de niet-gewerkte uren gekort op zijn salaris van december 2022. Vanaf 11 december 2022 heeft werknemer zich ziek gemeld. De overige salarisbetalingen hebben steeds plaatsgevonden conform de arbeidsovereenkomst op de laatste dag van de maand. Bij het einde van het contract op 31 mei 2023 zullen de resterende vakantieuren en het vakantiegeld worden uitbetaald.

Oordeel

Werknemer heeft bij repliek zijn vordering nader uitgewerkt en het verweer van Pascalino besproken. Bij de start van de arbeidsperiode heeft werknemer aangegeven dat hij in december 2022 op vakantie zou gaan. Aangezien Pascalino geen voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de betaling van het loon, is er geen grondslag tot korting van de arbeidsuren. Op 20 april 2023 heeft werknemer een bedrag van € 602,08 met de vermelding ‘rest salaris december’ van Pascalino ontvangen. In de visie van werknemer erkent Pascalino hiermee de vordering al is dit nog € 2,95 te weinig. Doordat het bedrag eerst na dagvaarding is betaald, staat nu vast dat er terecht aanspraak wordt gemaakt op de wettelijke verhoging. Pascalino heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen conclusie van dupliek genomen en daarmee haar verweer niet nader onderbouwd. Dit had volgens de kantonrechter echter wel op haar weg gelegen, gelet op de repliek van werknemer. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer terecht Pascalino in rechte heeft betrokken. Hij heeft zijn vordering betreffende het achterstallig loon voldoende onderbouwd zodat dit voor toewijzing in aanmerking komt. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met het reeds betaalde bedrag van € 602,08 netto. Ook de gevorderde wettelijke verhoging, waartegen Pascalino niet langer verweer heeft gevoerd, wordt toegewezen.