Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Dutch Water Transport B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 14 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2096
De opzegging van de arbeidsovereenkomst van werknemer tijdens de proeftijd wordt vernietigd, omdat het tussen werknemer en werkgever overeengekomen proeftijdbeding nietig is.

Feiten

Werknemer heeft vanaf 19 september 2023 werkzaamheden verricht voor Dutch Water Transport B.V. (hierna: DWT) als kapitein op een binnenvaartschip. In de tussen werknemer en DWT gesloten arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van één jaar, ingaande op 1 oktober 2023, en dat een proeftijd geldt van twee maanden. Het salaris van werknemer bedraagt € 7.175 bruto per maand. Op 16 oktober 2023 heeft DWT per e-mail de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd, onder verwijzing naar het proeftijdbeding. Werknemer verzoekt de kantonrechter de opzegging te vernietigen en DWT te veroordelen werknemer weer toe te laten tot het werk. Bij wijze van voorlopige voorziening verzoekt werknemer de kantonrechter DWT te veroordelen tot betaling van zijn loon vanaf 1 oktober 2023 tot het einde van de arbeidsovereenkomst. DWT is in onderhavige procedure niet verschenen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het proeftijdbeding is nietig, nu sprake is van strijd met de wet. Partijen zijn namelijk een proeftijd van twee maanden overeengekomen, terwijl bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar ten hoogste een proeftijd van één maand kan worden overeengekomen. Overigens heeft DWT in een e-mail van 18 december 2023 erkend dat geen sprake is geweest van een rechtsgeldig proeftijdontslag. Nu werknemer niet heeft ingestemd met het opzeggen van de arbeidsovereenkomst en zich niet een van de situaties genoemd in artikel 7:671 lid 1 BW voordoet, wordt de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigd. Daarom wordt het verzoek van werknemer om DWT te veroordelen hem weer te werk te stellen toegewezen. Dit moet binnen twee weken na betekening van de beschikking. Ook het verzoek van werknemer om DWT te veroordelen tot betaling van zijn loon wordt toegewezen, omdat werknemer in beginsel recht heeft op loon zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt. Voorts wordt het loon vermeerderd met de wettelijke verhoging voor zover het loon reeds verschuldigd is. Over toekomstig loon wordt geen wettelijke verhoging toegekend. Het verzoek DWT te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat dit verzoek niet is onderbouwd door werknemer. De gevraagde voorlopige voorziening wordt tot slot afgewezen, omdat einduitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan.