Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 18 maart 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:2858
Feiten
Werknemer werkt sinds 1995 op Schiphol Nederland B.V. (hierna: Schiphol) als bagagemedewerker. Sinds 2016 is hij in dienst van Swissport, laatstelijk tegen een brutomaandsalaris van € 2.413,69 exclusief emolumenten. In de arbeidsovereenkomst van werknemer is een ontbindende voorwaarde opgenomen, die intreedt op het moment dat hij niet langer in het bezit is van een Schipholpas. In 2016 heeft werknemer een Schipholpas gekregen en heeft hij schriftelijk verklaard zich aan de regels te houden. Volgens de Schipholregels is het werknemer onder meer verboden iets te doen of na te laten waardoor schade aan eigendommen kan worden veroorzaakt. Uit videobeelden is gebleken dat werknemer onder werktijd meerdere keren met een charlatte, een elektrische bagagetrekker, tegen een bagagekar van Dnata is aangereden. Die bagagekar is daardoor beschadigd. Vervolgens is zijn Schipholpas ingenomen. Bij brief van 11 december 2023 heeft Schiphol aan Swissport laten weten dat aan werknemer geen Schipholpas meer zal worden verstrekt wegens het overtreden van de regels. Bij brief van 12 december heeft Swissport aan werknemer medegedeeld dat de ontbindende voorwaarde is ingetreden en dat zijn arbeidsovereenkomst daarom van rechtswege is geëindigd. Werknemer heeft daartegen bezwaar gemaakt. Op 31 januari 2024 heeft Schiphol op het bezwaar besloten dat de Schipholpas van werknemer tot 5 december 2025 wordt ingehouden en dat daarna onder voorwaarden mogelijk opnieuw een Schipholpas kan worden verstrekt, maar met uitzondering van de bagageafhandelingsgebieden. Werknemer vordert bij wijze van voorlopige voorziening onder meer teruggave van zijn Schipholpas en hem weer toe te laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden, indien en voor zover Swissport of een andere dienstverlener van Schiphol hem weer tewerkstelt.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat Schiphol met de intrekking onrechtmatig heeft gehandeld jegens werknemer, omdat met die intrekking de belangen van werknemer onevenredig worden geschaad. Vaststaat dat een bagagekar door toedoen van werknemer is beschadigd en dat zijn Schipholpas voor bagageafhandelingsgebieden permanent is ingetrokken. Het verwijt dat Schiphol hem maakt is terecht. Dat werknemer haast had door werkdruk doet er niet aan af dat hij onjuist heeft gehandeld. Daar staat tegenover dat niet vast kan worden gesteld dat sprake is van moedwillige vernieling van de bagagekar. Uit de stukken en videobeelden blijkt dat het in de praktijk regelmatig voorkomt dat bagagemedewerkers een charlatte gebruiken om bagagekarren met de nodige voorzichtigheid weg te duwen. Werknemer kan worden verweten dat hij die voorzichtigheid in dit geval niet in acht heeft genomen en bij herhaling hard tegen de bagagekar heeft gereden. Maar dat neemt niet weg dat voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest door een mede door haast en werkdruk ingegeven fout bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Verder weegt de kantonrechter mee dat Schiphol aan de sanctie ten grondslag heeft gelegd ‘het laten ontstaan van een onveilige situatie (hoog)’, maar onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat door het incident daadwerkelijk in hoge mate een onveilige situatie is ontstaan. De sanctie is dus te vergaand en disproportioneel. Dat sprake is geweest van eerdere overtredingen van werknemer leidt niet tot een ander oordeel, omdat die zien op incidenten van geheel andere aard. Niet in geschil is verder dat werknemer sinds 1995 altijd goed heeft gefunctioneerd. Dat het besluit tot intrekking onrechtmatig is, betekent niet dat Schiphol geen sanctie kan opleggen. Het is niet aan de kantonrechter te bepalen welke sanctie wel rechtmatig is. De vorderingen van werknemer worden toegewezen.