Naar boven ↑

Rechtspraak

INTERNATIONAL LASHING SERVICE B.V./ LINDA SHIPINVEST GMBH & CO KG
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 20 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2194
Sprake van schadevaring, die is veroorzaakt door de schuld van het schip, omdat de matroos van het schip een veiligheidsnorm heeft geschonden en een fout heeft gemaakt. Eigenaar schip aansprakelijk voor schade.

Feiten

In de middag van 27 augustus 2020 lag containerschip Vera D – in eigendom van Shipinvest - afgemeerd in de haven van Rotterdam om containers te laden. Aan boord van de Vera D waren werknemers van ILS aan het werk om geladen containers vast te zetten (lashen/sjorren). Tijdens zijn werkzaamheden werd werknemer in de rug geraakt door een (om)vallende uitschuifladder (hierna: het ongeval). Als gevolg van het ongeval is werknemer gewond geraakt. In het ziekenhuis is vastgesteld dat bij werknemer drie rugwervels waren gebroken en één rugwervel was gescheurd. ILS heeft het ongeval gemeld bij de Inspectie SZW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die vervolgens een onderzoek is gestart. Shipinvest heeft onderzoek laten verrichten door Van Ameyde. Werknemer heeft ILS aansprakelijk gesteld. ILS heeft aansprakelijkheid erkend en de schadeafwikkeling ter hand genomen, althans laten nemen. ILS heeft Shipinvest aansprakelijk gesteld. ILS vordert een verklaring voor recht dat Shipinvest op grond van artikel 6:10 BW gehouden is 100% van de schade bij te dragen.

Oordeel

ILS grondt haar vorderingen onder meer op de stelling dat ShipInvest jegens werknemer aansprakelijk is uit schadevaring door een zeeschip (art. 8:541 BW). Op grond van artikel 8:544 BW bestaat er slechts een verplichting tot schadevergoeding indien de schadevaring is veroorzaakt door de schuld van het schip. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het arrest Casuele/De Toekomst. ILS stelt dat het ongeval is veroorzaakt door een fout van het bemanningslid van de Vera D dat de ladder heeft laten (om)vallen. Het centrale verwijt dat Shipinvest aan werknemer maakt, is dat hij onder de ladder (door) is gelopen. De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat aan zijde van ILS voorafgaand aan het ongeval in strijd is gehandeld met de werkinstructie ‘sjorren van containers’ of andere gebruikelijke regels met betrekking tot de veiligheid van de werkomgeving. Vast staat dat het uitschuifbare deel van de ladder los is geraakt toen de matroos van de Vera D de ladder iets naar rechts verplaatste. Verder staat vast dat de matroos de ladder ‘verkeerd om’ heeft geplaatst. Als de uitschuifladder op de gebruikelijke, veilige manier was geplaatst, had het ongeval zich niet voorgedaan. De matroos heeft aldus een veiligheidsnorm geschonden en een fout gemaakt. Daarmee is sprake van schuld van de Vera D in de zin van de onder b genoemde grond van het Casuele/De Toekomst-arrest ‘en fout van een persoon of van personen die ten behoeve van het schip of van de lading arbeid verricht/verrichten of heeft/hebben verricht, begaan in de uitoefening van hun werkzaamheden’. Shipinvest is dus aansprakelijk jegens werknemer. Het verweer van Shipinvest dat ILS geen werkgeversaansprakelijkheid heeft jegens werknemer faalt. ILS heeft terecht betoogd dat zij jegens werknemer niet kan aantonen aan haar zorgplicht te hebben voldaan. Evenmin is eigen schuld van werknemer vast komen te staan. Dat werknemer onder de ladder door is gelopen, staat niet vast. Maar ook los daarvan faalt het verweer. ILS beoogt met haar vorderingen in deze zaak uitsluitend de vaststelling van aansprakelijkheid van ShipInvest jegens ILS, niet (tevens) jegens werknemer. Voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van ShipInvest jegens ILS zijn gedragingen van werknemer niet van belang, temeer omdat er geen sprake is van een verwijt van ShipInvest aan ILS dat ILS ShipInvest had moeten behoeden voor de nadelige effecten van (mogelijke) gedragingen van werknemer. De vorderingen worden toegewezen.