Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/CVS Zorg B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2839
Werkneemster is op staande voet ontslagen omdat zij niet is komen opdagen terwijl zij zich niet ziek heeft gemeld. Werkneemster komt op tegen het ontslag op staande voet en vordert verschillende vergoedingen. Ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven.

Feiten

Werkneemster is op 17 april 2023 in dienst getreden bij CVS Zorg B.V. (hierna: CVS) als persoonlijk begeleidster in de gehandicaptenzorg, tegen een salaris van € 2.538,89 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld. Op 11 oktober 2023 heeft CVS aan werkneemster meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na 17 november 2023 niet verlengd wordt. Werkneemster is per brief van 24 oktober 2023 (door haar ontvangen op 25 oktober 2023) op staande voet ontslagen wegens - kort gezegd - werkweigering. Volgens werkneemster is het ontslag op staande voet onterecht, omdat volgens haar geen sprake is van een dringende reden. Werkneemster verzoekt CVS te veroordelen tot betaling van € 2.742 bruto wegens onregelmatige opzegging, € 509 transitievergoeding, een billijke vergoeding van € 1.500, uitbetaling van 64 overuren à € 1.217,92, en een bonus van € 250. Het tegenverzoek van CVS strekt tot veroordeling van werkneemster in betaling van de wettelijke schadeloosstelling ter hoogte van het brutoloon over de periode 24 oktober tot 17 november 2023.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. 

Ontslag op staande voet

Werkneemster heeft geenszins aannemelijk gemaakt dat zij zich op 18 oktober 2023 ziek heeft gemeld bij CVS en dat zij ook daadwerkelijk ziek was. Op de begeleidingstelefoon is geen ziekmeldingsmail aangetroffen. De stelling van werkneemster dat zij ook haar collega’s op de hoogte zou hebben gebracht, is door CVS betwist en door werkneemster niet onderbouwd. Voorts schrijft het verzuimprotocol voor dat werkneemster zich telefonisch moet ziekmelden, hetgeen ook in de rede ligt omdat duidelijk moet zijn dat er vervanging geregeld is voordat iemand wegens ziekte zijn/haar taken neerlegt. Voor zover juist is dat werkneemster zich, zoals zij stelt, (alleen) per e-mail via de begeleidingstelefoon zou hebben ziekgemeld, dan is het onbegrijpelijk dat zij geen reactie van CVS heeft afgewacht voordat zij die telefoon uitzette. Dat klemt temeer nu de gemachtigde van werkneemster ter zitting heeft gesteld dat de e-mail van werkneemster mogelijk ‘is blijven hangen’. Ook dan had werkneemster zich niet ziek moeten melden per e-mail zonder een reactie af te wachten. De handelwijze van werkneemster is derhalve ernstig verwijtbaar. Deze feiten en omstandigheden leveren een dringende reden op in de zin van artikel 7:677 BW. Het ontslag op staande voet is daarom rechtsgeldig gegeven.

Vergoedingen

Nu het ontslag op staande voet terecht is gegeven heeft werkneemster geen recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Ook heeft werkneemster geen recht op transitievergoeding, nu het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster. Werkneemster maakt ook geen aanspraak op een billijke vergoeding omdat de arbeidsovereenkomst niet is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW, zodat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 7:681 lid 1 onder a BW. Wel heeft werkneemster recht op betaling van € 1.217,92 wegens gemaakte overuren, nu CVS onvoldoende heeft betwist dat werkneemster hierop geen recht heeft. Ook heeft werkneemster recht op een bonus van € 250 netto. Werkneemster heeft haar verzoek onderbouwd met stukken waarin staat dat de bonus van € 250 netto wordt toegekend bij het slagen voor de externe audit en dat deze ook is behaald. CVS heeft dit onvoldoende betwist, zodat de verzochte bonus wordt toegewezen. Het tegenverzoek van CVS is niet toewijsbaar. CVS heeft het verzoek ingediend op 29 februari 2024. Ingevolge artikel 7:686a lid 4 aanhef en onder a BW moet een verzoek tot gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 BW binnen twee maanden na het eindigen van de arbeidsovereenkomst zijn ingediend. De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 25 oktober 2023 zodat het tegenverzoek vóór 25 december 2023 ingediend moest worden.