Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 28 maart 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:4079
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Billijke vergoeding op nihil gesteld.

Feiten

Werkneemster is op 1 april 2023 bij werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden voor gemiddeld 32 uur per week. Bij brief van haar accountant van 15 augustus 2023 heeft werkgever aan werkneemster aangezegd dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd en dat deze eindigt op 30 september 2023. Bij WhatsApp-bericht van 16 augustus 2023 heeft werkgever aan werkneemster medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst met één jaar wordt verlengd. Bij WhatsApp-bericht van 12 november 2023 heeft werkneemster zich ziekgemeld. Werkgever heeft hierop gereageerd door te stellen dat de ziekmelding niet wordt geaccepteerd. In reactie op een ander WhatsApp-bericht van werkgever van 13 november 2023, waarin staat: ‘Semtember uitdienst’, heeft werkneemster gereageerd door te stellen dat de arbeidsovereenkomst reeds met een jaar is verlengd. Werkgever reageert: ‘Ik heb ontslagen gegeven. Jij mag rechter Gaan.’ Werkneemster berust in het ontslag op staande voet en verzoekt de kantonrechter om werkgever onder andere te veroordelen aan haar de billijke vergoeding, alsmede de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding te betalen. Werkneemster legt aan haar verzoek ten grondslag dat het haar gegeven ontslag op staande voet van 13 november 2023 niet rechtsgeldig is, omdat een ziekmelding geen dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Werkgever voert verweer.

Oordeel

Allereerst moet de vraag worden beantwoord per wanneer en op welke wijze de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd. De kantonrechter overweegt daarover het volgende. Het primaire verweer van werkgever dat de arbeidsovereenkomst op 30 september 2023 is geëindigd ingevolge het aanzeggingsbericht van de accountant van 15 augustus 2023 wordt verworpen. Bij het WhatApp-bericht van 16 augustusus 2023 heeft werkgever immers (ondubbelzinnig) aan werkneemster meegedeeld dat haar contract (alsnog) met een jaar wordt verlengd. Ook van (schriftelijke) instemming door werkneemster met de opzegging op 13 november 2023 of van een beëindiging met wederzijds goedvinden op die datum is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake geweest. De woorden van werkneemster in het WhatsApp-bericht van 13 november 2023, ‘Maar als je het zo wilt is dat prima’, kunnen naar het oordeel van de kantonrechter niet als een duidelijke en ondubbelzinnige instemming van werkneemster met het eindigen van de arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgever in zijn WhatsApp-bericht van 13 november 2023 de arbeidsovereenkomst dus eenzijdig en, gelet op de woorden: ‘jij hoef niet meer te komen’, met onmiddellijke ingang (dus ‘op staande voet’) opgezegd. De in dit geval voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst opgegeven reden, te weten het (elke maand) zich ziek melden door werkneemster, kan niet als een dringende reden voor een ontslag op staande voet worden aangemerkt. Het ontslag op staande voet is aldus niet rechtsgeldig gegeven. Nu werkneemster berust in het ontslag op staande voet, is de arbeidsovereenkomst op 13 november 2023 geëindigd. Werkneemster heeft aldus recht op de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, is het verzoek van werkneemster tot toekenning van een billijke vergoeding toewijsbaar. De kantonrechter ziet echter aanleiding de billijke vergoeding op nihil te stellen. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. De hele situatie is uitermate ongelukkig, onprofessioneel en op zeker moment onaangenaam verlopen, maar de kantonrechter heeft de indruk gekregen dat werkgever op zich goede bedoelingen had jegens werkneemster. Bovendien heeft werkneemster een nieuwe baan sinds medio december 2023.