Naar boven ↑

Rechtspraak

eiseres/Euro Werk Aanneembedrijf B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 3 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:6588
Schorsing concurrentiebeding voor zover het de duur van een jaar overstijgt en voor zover het een straal van 30 kilometer te buiten gaat. Wel wordt eiseres verboden het concurrentiebeding te schenden op straffe van een dwangsom.

Feiten

Eiseres is per 1 november 2016 in dienst getreden van uitzendonderneming Euro Werk Aanneembedrijf B.V. (hierna: EWA). Per 1 januari 2022 is de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voortgezet. In de arbeidsovereenkomst zijn een concurrentie-, relatie- en boetebeding opgenomen. EWA heeft de arbeidsovereenkomst per november 2023 opgezegd. Eiseres is daarna in dienst getreden bij Optimal Perrsoneelsdiensten B.V.  EWA heeft eiseres per brief in december 2023 gesommeerd om haar werkzaamheden te staken, omdat zij met de werkzaamheden het concurrentie- en relatiebeding schond. Eiseres werkte immers bij de concurrent en benaderde actief uitzendkrachten van EWA. In januari 2024 heeft EWA eiseres gedagvaard en op 9 februari 2024 is in kort geding een verstekvonnis gewezen. Op diezelfde dag is het dienstverband van eiseres geëindigd. Op 20 februari 2024 is verlof verleend aan EWA om conservatoir beslag te leggen op de bankrekening van eiseres. In het bodemgeschil vordert EWA, onder meer,  een verbod voor eiseres om nog langer in strijd te handelen met het concurrentie- en relatiebeding. De voorzieningenrechter heeft eiseres verboden nog langer in strijd met het concurrentie- en relatiebeding te handelen. Eiseres is het niet eens met het verstekvonnis en vordert in kort geding vernietiging van het verstekvonnis en een niet-ontvankelijkverklaring van EWA. In reconventie vordert eiseres EWA te veroordelen de bedingen te schorsen en voor de periode dat zij aan het beding wordt gehouden, een vergoeding van € 2.691,92 per maand toe te kennen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Eiseres voert aan de bedingen niet voldoende te hebben begrepen omdat Nederlands niet haar moedertaal is. Gezien haar functie, waarbij zij juist als tolk kon worden ingezet en veel in contact kwam met uitzendkrachten, is onvoldoende onderbouwd dat ze de bedingen niet heeft kunnen begrijpen. Eiseres voert eveneens aan dat het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken vanwege haar promotie, maar onderbouwt die stelling onvoldoende. Eiseres voert daarnaast aan dat EWA geen rechten kan ontlenen aan de bedingen omdat jegens haar ernstig verwijtbaar is gehandeld, door discriminatie, het niet naleven van regels en andere problemen op de werkvloer. EWA stelt dat de sfeer juist prettig was en dat eiseres had mogen blijven, waardoor er voor de kantonrechter onvoldoende houvast is om in het kort geding zonder nader onderzoek een conclusie te trekken. Wel is de voorzieningenrechter van oordeel dat het concurrentiebeding, dat geografisch niet beperkt is en twee jaar duurt, eiseres onbillijk benadeelt. Haar belangen, zoals een aanzienlijke positieverbetering en meer ruimte om voor haar zieke moeder te zorgen, wegen zwaarder dan de belangen van EWA. Nu haar nieuwe werkgever een directe concurrent is, heeft eiseres het concurrentiebeding, hoewel dat wordt gematigd, niettemin geschonden. Een gematigde dwangsom wordt opgelegd om haar te sommeren de werkzaamheden te stoppen. De vergoeding ex artikel 7:653 lid 5 BW waar eiseres aanspraak op wenst te maken wordt niet toegekend, nu zij tijdelijk ook in een andere sector aan de slag kan en niet dermate ernstig wordt belemmerd. De vordering van eiseres om het derdenbeslag dat op haar bankrekening is gelegd op te heffen wordt niet toegekend, omdat zij niet heeft aangevoerd waarom het belang bij EWA om het beslag te continueren zou ontbreken. De proceskosten van partijen worden gecompenseerd omdat beide partijen in het ongelijk zijn gesteld.