Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Aviapartners B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 april 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4111
Loondoorbetaling van de werknemer is stopgezet nadat de geldigheidsduur van zijn Rotterdam The Hague Airport-pas (RTHA-pas) was verstreken. Loonvordering wordt toegewezen.

Feiten

Werknemer werkt sinds 1 februari 2007 bij Aviapartners. Werknemer voert zijn werkzaamheden uit op Rotterdam The Hague Airport en moet voor zijn werk beschikken over een verklaring van geen bezwaar (VGB) en een Rotterdam The Hague Airport-pas (RTHA-pas). Het “Badge Center” van Rotterdam The Hague Airport is verantwoordelijk voor de uitgifte van RTHA-passen. Omdat de geldigheidsduur van de RTHA-pas van werknemer op 11 januari 2024 was verlopen en het Badge Center nog geen nieuwe RTHA-pas had verstrekt, heeft Aviapartners per 11 januari 2024 werknemer op non-actief gesteld en de loondoorbetaling stopgezet. Werknemer is het daar niet mee eens, omdat het volgens hem niet voor zijn risico komt dat het Badge Center niet tijdig een nieuwe RTHA-pas heeft verstrekt. Tegen deze achtergrond vordert werknemer dat Aviapartners veroordeeld wordt om zijn achterstallig salaris te betalen over de maanden januari 2024 en februari 2024.

Oordeel

De vordering van werknemer om Aviapartners te veroordelen het loon over de maanden januari 2024 en februari 2024 aan werknemer te betalen ten bedrage van € 7.012,30 bruto wordt toegewezen. De kantonrechter begrijpt uit de toelichtingen van partijen dat het niet beschikken over een geldige RTHA-pas de reden is waarom Aviapartners het loon van werknemer heeft stopgezet en niet het feit dat de VGB op 11 januari 2024 verliep. Het is de vraag voor wiens risico het komt dat werknemer niet beschikte over een geldige RTHA-pas en om die reden niet is ingezet voor werkzaamheden. Bij de beantwoording van deze vraag wordt uitgegaan van het volgende. Aviapartners vereist dat haar werknemers voor hun werkzaamheden een geldige RTHA-pas hebben. Deze pas wordt door het Badge Center verstrekt. De RTHA-pas van werknemer verliep op 11 januari 2024. De RTHA-pas kan volgens partijen alleen verstrekt/verlengd worden nadat de AIVD een door een werknemer aangevraagd veiligheidsonderzoek heeft uitgevoerd en uit dat onderzoek geen bezwaren naar voren zijn gekomen. Ter zitting heeft Aviapartners toegelicht dat zo’n onderzoek normaal zes tot acht weken duurt als een nieuwe medewerker een VGB aanvraagt. Bij een verlenging duurt het een paar dagen tot twee weken. Werknemer heeft op 7 november 2023 het veiligheidsonderzoek bij de AIVD aangevraagd. De AIVD heeft vervolgens werknemer bij brief van 16 januari 2024 bericht dat zij minstens vier maanden langer nodig had voor het onderzoek. Op 22 februari 2024 heeft de AIVD verklaard dat uit het veiligheidsonderzoek geen bezwaren naar voren kwamen en zij heeft een VGB afgegeven aan werknemer. Werknemer heeft daarna bericht ontvangen van Aviapartners dat hij op 7 maart 2024 zijn nieuwe RTHA-pas kon ophalen en diezelfde dag weer aan het werk kon. De kantonrechter komt tot het (voorlopige) oordeel dat het niet verrichten van de overeengekomen arbeid in deze situatie in redelijkheid niet voor rekening van werknemer behoort te komen. Daarbij weegt dat partijen voor de verstrekking/verlening van de RTHA-pas van derde partijen (het Badge Center en de AIVD) afhankelijk zijn. Werknemer had sinds februari 2007 een geldige pas en hij heeft de nieuwe pas/verlenging tijdig aangevraagd. Hij heeft het veiligheidsonderzoek immers op 7 november 2023 aangevraagd. Gelet op de geldigheidsduur van de RTHA-pas en de gebruikelijke loopduur van het veiligheidsonderzoek is dit volgens de bij partijen gangbare en kennelijk gerechtvaardigde verwachtingen tijdig, namelijk negen weken voor het verlopen van zijn RTHA-pas.