Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 23 juli 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:3967
Feiten
Werknemer is op 26 mei 1982 in dienst getreden als logistiek medewerker, specifiek orderpikker in het diepvriesdistributiecentrum, bij Jumbo Distributiecentrum B.V. (hierna: Jumbo). Het basissalaris van werknemer bedraagt € 2.452,32 bruto per maand. De Arbeidsvoorwaardenregeling (hierna: AVR) is op de arbeidsovereenkomst van toepassing, hetgeen met zich meebrengt dat het basissalaris wordt aangevuld met AVR-toeslag, vaste ploegentoeslag, vriestoeslag en vakantietoeslag. Op 30 mei 2020 heeft werknemer zich ziekgemeld. Een arbeidsdeskundige heeft op 17 februari 2023 gerapporteerd dat het eigen werk van werknemer ten tijde van het onderzoek voor hem niet passend is. Er is, volgens de deskundige, sprake van een loonwaarde van 50%. Jumbo heeft bezwaar aangetekend tegen de beslissing van het UWV van 23 juni 2023 om aan werknemer geen WIA-uitkering toe te kennen. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer tot betaling van het achterstallig salaris over de periode 2020 tot en met 2023. Zo zou de werkgever ten onrechte 108 vakantie-uren hebben afgeboekt en zou werknemer ten onrechte niet hersteld zijn gemeld bij het UWV.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Jumbo heeft de stelling van werknemer dat hij na een ziekteperiode in 2020 steeds 100% heeft gewerkt, gemotiveerd betwist. Jumbo heeft namelijk in haar administratie bijgehouden wanneer en hoeveel werknemer heeft gewerkt en welke werkzaamheden het betrof. Daarnaast heeft werknemer zelf erkend dat hij niet steeds zijn eigen werk kon verrichten door bepaalde fysieke beperkingen. De kantonrechter komt daarom niet tot het oordeel dat Jumbo van onjuiste gegevens is uitgegaan bij de bepaling van de hoogte van de loonbetalingen. De in de AVR geldende regel bij ziekte is, volgens de kantonrechter, logisch en begrijpelijk. Volgens werknemer dient een onafhankelijk ter zake deskundige accountant de, door Jumbo overgelegde, loonberekeningen na te gaan. Deze vordering wijst de kantonrechter af, aangezien een steekhoudend verweer tegen de berekeningen en de uitleg daarvan door Jumbo ontbreekt. Hierop voortbordurend komt de kantonrechter ook tot een afwijzing van de vorderingen betreffende achterstallig salaris en wettelijke verhoging. Jumbo heeft immers gemotiveerd weersproken dat er sprake is van een achterstand in de salarisbetalingen aan werknemer, gelet op haar uitleg over de salarisberekeningen. Daarnaast is de wettelijke verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte geëindigd op 16 februari 2023. Vanaf dat moment heeft Jumbo aan werknemer het salaris betaald dat past bij de daadwerkelijk door hem verrichte werkzaamheden en de daarbij passende loonwaarde van 50%. Daarnaast gaat de kantonrechter niet over tot vernietiging van de afspraak tussen werknemer en Jumbo, die inhoudt dat werknemer ermee akkoord is gegaan dat Jumbo per 27 januari 2023 slechts 50% van zijn salaris betaalt. Er kan namelijk niet van een dergelijke afspraak tussen partijen worden uitgegaan. Ook het gevorderde bedrag met betrekking tot de reiskosten wordt afgewezen. Jumbo heeft in juli 2023 een herberekening van de reiskosten gemaakt en naar aanleiding daarvan nog een nabetaling gedaan. Dat er naast de nabetaling in 2023 nog sprake is van onbetaald gebleven reiskosten is niet gebleken. Ook wijst de kantonrechter de vordering tot vergoeding van de aanschaf van de werkschoenen af, aangezien werknemer bij het UWV een aanvraag had kunnen indienen voor vergoeding van de schoenen. Tevens hoeft Jumbo de kosten voor het behalen van het heftruckcertificaat niet te vergoeden aan werknemer. Werknemer heeft namelijk het certificaat op eigen initiatief behaald. Daarnaast wordt de vordering met betrekking tot het ten gunste terugboeken van 108 vakantie-uren niet toegewezen. Werknemer heeft namelijk niet uitgelegd op basis waarvan hij deze vordering heeft ingesteld en Jumbo heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Tot slot ziet de kantonrechter geen grond om de vordering met betrekking tot de contactpersoon bij Jumbo toe te wijzen. Het ligt op het terrein van de beleidsvrijheid van Jumbo om aan te wijzen wie welke taken binnen haar organisatie uitvoert. Gelet op het feit dat werknemer in het ongelijk is gesteld, wordt hij in de proceskosten veroordeeld.