Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 16 juli 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:6606
Feiten
Werknemer verzoekt een verklaring voor recht dat hij vanaf 10 juli 2023 een arbeidsovereenkomst had met Damen Holding B.V. (hierna: Damen), dat de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en dat Damen zijn salaris betaalt vanaf januari 2024. Volgens Damen heeft er nooit een arbeidsovereenkomst tussen haar en werknemer bestaan. Als die er wel was en deze niet rechtsgeldig is opgezegd, dan vraagt Damen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
Oordeel
Damen heeft op 29 juni 2023 aan werknemer een arbeidsovereenkomst (naar Nederlands recht) aangeboden met daarbij een uitzendovereenkomst inhoudend de voorwaarden voor uitzending naar de VAE, maar dit aanbod heeft werknemer uitdrukkelijk afgewezen. Werknemer heeft na raadpleging van zijn belastingadviseurs voorgesteld om een lokaal contract te krijgen. Daarmee heeft hij ondubbelzinnig verklaard geen Nederlands contract met Damen te willen sluiten, maar een lokaal contract met de Damen entiteit in de VAE. Voorts blijkt uit de e-mailwisseling dat Damen werknemer goed heeft begrepen en zijn verzoek om een lokaal contract heeft ingewilligd. Damen verklaart daarover dat zij in dit verzoek is meegegaan omdat een lokaal contract wel paste bij de situatie, namelijk dat werknemer in de VAE herfinanciering zou gaan regelen. Vanwege ontbrekende visa werd eerst een kortdurende arbeidsovereenkomst van werknemer bij een dochteronderneming van Damen in Cyprus (DWI) gesloten. Op 16 augustus 2023 heeft werknemer uiteindelijk een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten met een lokale 50 % dochteronderneming van Damen die is gevestigd in de VAE. Damen heeft in overeenstemming met deze situatie nadien consequent verklaard dat er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Op 24 juli 2023 hebben partijen via Whatsapp contact gehad over de manier waarop het salaris zou worden betaald. Dat zou eerst nog via DWI in Cyprus lopen, omdat werknemer nog geen visum had voor de VAE. Werknemer sprak zijn voorkeur uit dat betaald werd op zijn Nederlandse bankrekening. Daarop antwoordde Damen dat zij vanuit deze entiteit niet naar Nederlandse bankrekeningen betaalt om geen discussie over werkgeverschap te krijgen met de Nederlandse autoriteiten. Hiermee heeft Damen nogmaals expliciet bevestigd dat er geen arbeidsovereenkomst tussen partijen bestaat en dat dat ook niet de bedoeling is. Damen heeft ook nooit loon aan werknemer betaald. Voor zover werknemer als gewijzigde omstandigheid aanvoert dat hem na het sluiten van het door hem verzochte lokale contract bleek dat de belastingregels anders waren dan hij tevoren dacht en anders dan ten tijde van zijn eerdere verblijf in de VAE, heeft dat naar het oordeel van de kantonrechter geen invloed op de rechtsverhouding tussen partijen. Ook de omstandigheid dat de werkzaamheden van werknemer zagen op het verkrijgen van financiering (in de VAE) ten behoeve van Damen is niet voldoende om uit te gaan van een arbeidsverhouding tussen partijen. Uiteindelijk wordt de arbeidsovereenkomst door de in de VAE gevestigde 50% dochteronderneming van Damen opgezegd. Omdat er nooit een arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft bestaan, wijst de kantonrechter de gevraagde verklaring voor recht af. Damen heeft geen arbeidsovereenkomst kunnen opzeggen, zodat het verzoek tot vernietiging van een dergelijke opzegging wordt afgewezen. Omdat Damen niet de werkgever is geweest, heeft zij geen loonbetalingsverplichting ten opzichte van werknemer. Damen hoeft dus geen (achterstallig) loon aan werknemer te betalen.