Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 26 juli 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:4039
Werkgever bij verstek veroordeeld tot betaling achterstallig salaris en vakantiegeld.

Feiten

Werknemer is sinds 18 juni 2013 in dienst bij werkgeefster, laatstelijk in de functie van chauffeur. Werknemer heeft zich op 10 juni 2023 ziekgemeld. In april 2024 is hij voor het laatst opgeroepen door de arbo-arts. Tot en met maart 2024 is het salaris doorbetaald; vanaf april is werkgeefster gestopt met betalen. Voorts heeft werkgeefster te weinig vakantiegeld van 2023 betaald. Werknemer vordert in kort geding doorbetaling van loon vanaf april 2024 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd en daarnaast vakantiegeld voor 2023 onder aftrek van € 1000 netto, en vakantiegeld voor 2024.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster is niet ter zitting verschenen. Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. Tegen werkgeefster wordt verstek verleend. De vordering tot doorbetaling van het salaris vanaf april 2024 tot het einde van de overeenkomst, van het resterend vakantiegeld voor 2023 en het vakantiegeld voor 2024 komen de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen. Ook de wettelijke verhoging over het achterstallig salaris en de incassokosten zijn toewijsbaar.