Naar boven ↑

Rechtspraak

bewindvoerder/De Viszaak Stroinkslanden B.V.
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 31 oktober 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:5703
Werkgever zegt op in proeftijd. Bewindvoerder vordert (voor werknemer die onder bewind staat) betaling van transitievergoeding, loon en vakantiedagen.

Feiten 

Werknemer is op 1 mei 2024 in dienst getreden bij De Viszaak Stroinkslanden B.V. (hierna: De Viszaak) als bedrijfsleider voor een periode van zeven maanden en een werkweek van 40 uur. Partijen zijn een proeftijd van één maand overeengekomen. Inmiddels staat werknemer, die te maken heeft met schulden, sinds 22 januari 2024 onder bewind. De Viszaak heeft een beroep gedaan op dat beding en heeft de arbeidsovereenkomst op 31 mei 2024 opgezegd. Op dat moment heeft werknemer echter nog geen salaris ontvangen voor de maand mei, op een voorschot van € 310 netto na. Ook is er geen eindafrekening gemaakt voor vakantiegeld, uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen of een transitievergoeding. Werknemer heeft na de opzegging herhaaldelijk via e-mail en WhatsApp om betaling verzocht, waarbij hij erop wijst dat hij het geld dringend nodig heeft. Ondanks deze verzoeken blijft een reactie van De Viszaak uit. Na een e-mail van de bewindvoerder heeft De Viszaak geantwoord: “Ik wacht op de loonstrook voor de afhandeling salaris. Uiterlijk as dinsdag 18 juni zorg ik dat het geld er is!”. Werknemer heeft per aangetekende brief om betaling verzocht. Er zijn sommaties gestuurd per mail, brief en aangetekende brief. Tijdens een telefoongesprek op 26 juli 2024 belooft De Viszaak binnen enkele dagen te reageren, maar dit gebeurt niet. Verdere pogingen om contact op te nemen blijven zonder resultaat. De bewindvoerder verzoekt de kantonrechter om De Viszaak te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, salaris inclusief vakantiegeld en wettelijke verhoging, uitbetaling van opgebouwde vakantiedagen en de wettelijke verhoging.

Oordeel

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel. De vorderingen van werknemer voor het salaris, het vakantiegeld, de opgebouwde niet-uitbetaalde vakantiedagen en de transitievergoeding zijn duidelijk gespecificeerd en met bewijsstukken onderbouwd. Rekening houdend met het reeds ontvangen voorschot, wijst de kantonrechter deze vorderingen toe. 

Wat betreft de wettelijke verhoging vindt de kantonrechter dat de maximale wettelijke vergoeding hier op zijn plaats is. De Viszaak heeft ondanks maandenlange aanmaningen nog steeds niet betaald, terwijl zij op de hoogte is van de financiële moeilijkheden van werknemer en zelf de openstaande vordering niet heeft betwist. De bewindvoerder en werknemer hebben herhaaldelijk contact gezocht, via bellen, appen, mailen en brieven. Op een gegeven moment heeft De Viszaak weliswaar een betaling toegezegd, maar vervolgens is er geen verdere actie ondernomen. Het uitblijven van betaling heeft ertoe geleid dat werknemer advies heeft gezocht bij het Juridisch Loket, en daarna ondersteuning heeft gezocht bij zijn gemachtigde. Door de weigerachtige houding van De Viszaak zijn werknemer, de bewindvoerder en de gemachtigde nu al maanden bezig met het innen van het salaris, terwijl er geen twijfel bestaat dat dit salaris verschuldigd is. Op basis van deze onderbouwing, waartegen De Viszaak geen verweer heeft gevoerd, zal de wettelijke verhoging zoals gevorderd worden toegewezen.