Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 11 december 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:6638
Feiten
Werknemer is op 1 januari 2023 in dienst getreden bij werkgeefster als verzekeringsadviseur binnendienst Particulier en RegioBank. Hij had uit hoofde van zijn functie toegang tot de financiële gegevens van klanten van werkgeefster. Van 31 mei 2023 tot 3 juli 2023 hebben er negentien overboekingen plaatsgevonden van de bankrekening van een klant van RegioBank (hierna: de klant) naar, uiteindelijk, een bankrekening ten name van werknemer. De overboekingen vonden plaats via een tablet(computer) van werkgeefster die werknemer in gebruik had. Het totaalbedrag van de overboekingen van de klant naar werknemer was € 83.899. RegioBank heeft de door de klant geleden schade vergoed. Zij heeft vervolgens op 21 augustus 2023 werkgeefster aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade. Werkgeefster heeft de schade vergoed aan RegioBank. Werkgeefster vordert veroordeling van werknemer tot betaling van € 83.899.
Oordeel
De rechtbank oordeelt als volgt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de overboekingen door werknemer zijn verricht bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Artikel 7:661 BW is daarom van toepassing. Vaststaat dat werknemer met behulp van de tablet van werkgeefster een totaalbedrag van € 83.899 van de bankrekening van de klant naar zichzelf heeft overgeboekt. Werknemer heeft daarnaast erkend dat het zijn bedoeling was om zichzelf dit geld toe te eigenen. Tussen partijen is niet in geschil dat dit handelen van werknemer is aan te merken als onrechtmatig handelen. De centrale vraag in deze zaak is of het aan werknemer is toe te rekenen dat hij onrechtmatig heeft gehandeld. Nu vaststaat dat het de bedoeling was van werknemer om een bedrag van € 83.899 van de klant weg te nemen en dit zichzelf toe te eigenen, ligt in die handeling de opzet besloten. In die opzet en in de aard van de onrechtmatige handeling ligt ook al besloten dat het handelen aan werknemer toe te rekenen is. Het is daarom aan werknemer om te stellen en te bewijzen dat zijn handelen, ondanks het voorgaande, hem niet toegerekend kan worden. Werknemer heeft zowel op 5 juli 2023 als tijdens de mondelinge behandeling spijt betuigd. Daarnaast heeft werknemer aangevoerd dat hij geld van de klant heeft weggenomen, omdat hij op dat moment aan een gokverslaving leed. Deze omstandigheid zegt echter niets over het ontbreken van opzet of bewuste roekeloosheid bij werknemer op het moment dat hij het geld wegnam. Als werknemer het geld heeft weggenomen onder invloed van een gokverslaving leidt dat niet tot de conclusie dat dit handelen hem niet zou kunnen worden toegerekend. Werknemer wordt dan ook veroordeeld aan werkgeefster te betalen een bedrag van (in hoofdsom) € 83.899.