Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 15 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:322
Feiten
Werknemer is op 1 juni 2023 in dienst getreden bij KPLogistiek B.V. (hierna: KPLogistiek). De laatste functie die werknemer vervulde, is die van allround chauffeur. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 31 juli 2024. Werknemer verzoekt om betaling van de transitievergoeding, achterstallig salaris en niet genoten vakantie-uren. Ook verzoekt werknemer om uitdraaien van de boordcomputer van het voertuig waarin hij als chauffeur reed, om te kunnen beoordelen of hij nog recht heeft op uitbetaling van overuren. KPLogistiek stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert aan dat de transitievergoeding nog niet betaald is vanwege loonbeslagen die ten laste van werknemer zijn gelegd.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De goederen van werknemer zijn onder bewind gesteld. Door de onderbewindstelling is werknemer niet bevoegd zelfstandig als procespartij op te treden. De bewindvoerder van werknemer heeft echter, nadat werknemer zelf het verzoekschrift had ingediend, toestemming verleend aan werknemer voor het zelfstandig procederen in deze zaak. Werknemer is daarom ontvankelijk. KPLogistiek wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding. De vrees van KPLogistiek dat zij dubbel zal betalen door de loonbeslagen, ziet de kantonrechter niet. Dat een loonbeslag geen doel zou treffen bij betaling van de transitievergoeding heeft geen invloed op de rechtsgeldige betaling door KPLogistiek. Bij de eindafrekening heeft KPLogistiek een bedrag ingehouden vanwege te veel opgenomen verlof. Uit de verlofkaart van KPLogistiek volgt echter niet dat werknemer een negatief saldo had. KPLogistiek dient het bedrag terug te betalen. Vergeleken met de verlofregistratie van KPLogistiek betwist werknemer dat hij op bepaalde momenten verlof heeft opgenomen. Dit onderbouwt hij echter niet nader. De kantonrechter gaat daarom uit van de verlofkaart van KPLogistiek. De vordering van werknemer tot overdracht van de registratie van de boordcomputer, wordt toegewezen. Werknemer heeft er voldoende belang bij om vast te stellen of hij inderdaad recht heeft op overuren. Verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden.