Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 20 februari 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:2211
Feiten
Werkneemster werkte op basis van een arbeidsovereenkomst bij Aboriginal. Werkneemster en Aboriginal hebben deze overeenkomst in december 2024 met een vaststellingsovereenkomst beëindigd. Werkneemster stelt dat Aboriginal op basis van die vaststellingsovereenkomst € 4.323,46 aan haar moest betalen, maar dat niet heeft gedaan. Zij eist daarom dat Aboriginal wordt veroordeeld om dat bedrag aan haar te betalen, met de maximale wettelijke verhoging van € 2.161,73. Ook eiste ze wettelijke rente over het salaris en de verhoging. Daarnaast eist ze dat Aboriginal wordt veroordeeld om loonstroken af te geven.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Aboriginal heeft het salaris en het vakantiegeld te laat betaald. Daarom moet zij wettelijke verhoging daarover betalen. Werkneemster eist de maximale wettelijke verhoging van 50%. Die eis wordt niet volledig toegewezen, omdat de kantonrechter oordeelt dat het maximum nog niet is bereikt voor het salaris van juli tot en met oktober 2024 en het vakantiegeld. Uit de vaststellingsovereenkomst volgt namelijk dat Aboriginal dit uiterlijk 5 januari 2025 zal betalen. De kantonrechter oordeelt dat die datum geldt als de (nader overeengekomen) dag waarop betaald had moeten worden, zodat ook pas vanaf dat moment de wettelijke verhoging moet worden berekend. Het maximum wordt dan op 19 februari 2025 bereikt. Op het moment van de zitting kon dus nog niet worden vastgesteld of Aboriginal de wettelijke verhoging helemaal verschuldigd zal worden. Daarom wordt dat deel van de verhoging toegewezen zoals in de beslissing staat.
Werkneemster heeft daarnaast de wettelijke rente over de verhoging vanaf 5 januari 2025 geëist. Wettelijke rente over wettelijke verhoging is echter pas verschuldigd nadat Aboriginal in gebreke is gesteld. Werkneemster heeft niet gesteld dat dit is gebeurd. De rente over de verhoging wordt daarom toegewezen vanaf veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. Ook moet Aboriginal loonstroken afgeven. De kantonrechter stelt de dwangsom vast op € 100 per dag, met een maximum van € 5.000. De proceskosten komen voor rekening van Aboriginal.