Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bastion B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 13 februari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:1991
Ontslag op staande voet is niet onverwijld gegeven. Bovendien is er geen dringende reden aanwezig. Billijke vergoeding wordt op nihil gesteld.

Feiten

Werknemer is op 1 november 2023 bij Bastion als nachthulp in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst (nulurencontract) voor bepaalde tijd tot 15 december 2024. Zijn salaris bedroeg laatstelijk € 16,22 bruto per uur, inclusief vakantietoeslag van 8% en een vergoeding voor vakantiedagen van 10,64%. Op 11 september 2024 heeft de hotelmanager twee Engelse gasten aangesproken tot betaling van hun openstaande rekening. De gasten maakten daartegen bezwaar. Een van hen toonde daarbij beelden op zijn mobiele telefoon. Op een van die beelden is een WhatsApp-bericht van werknemer te zien van 28 augutus 2024. In dat bericht staat: "Lemme give u and ben a tip, pay ur bill tonight with me, then i can snuggle some more things off and u can just checkout tomorrow without someone noticing anything." Door een van de gasten zijn diverse geldbedragen aan werknemer overgemaakt. De gasten hebben de openstaande rekening uiteindelijk alsnog aan Bastion betaald. Op 15 september 2024 heeft werknemer zich ziekgemeld vanwege spanningsklachten. Naar aanleiding van het gebeurde heeft de regiomanager van Bastion werknemer op 16, 18 en 22 september 2024 uitgenodigd voor het voeren van een gesprek. Werknemeder heeft zich voor die gesprekken afgemeld vanwege zijn ziekte. De regiomanager heeft de betaling van werknemers' salaris over september 2024 geblokkeerd. Uiteindelijk heeft op 30 september 2024 een gesprek tussen werknemer en Bastion plaatsgevonden. Vervolgens heeft Bastion werknemer bij e-mail van 30 september 2024 op staande voet ontslagen. De werknemer verzoekt om toekenning van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde dringende reden is onvoldoende aannemelijk geworden. Bastion heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat werknemer op 28 en 29 augustus 2024 betalingen heeft ontvangen met het doel de drankrekening van de gasten te verlagen. Allereerst komen die data niet overeen met de data van de ontvangst van de betalingen. Bovendien valt uit de stukken niet af te leiden dat de door werknemer ontvangen betalingen ten doel hadden de drankrekening van de gasten te verlagen. Hoewel begrijpelijk is dat de wisselende verklaringen van werknemer en de tekst van het door werknemer verzonden WhatsAppbericht van 28 augustus 2024 bij Bastion vragen oproepen, is uit niets gebleken dat er verband bestaat tussen de door werknemer ontvangen betalingen en het verlagen van de rekening. Overigens is ook niet gebleken dat en met welk bedrag de rekening is verlaagd. In de tweede plaats vindt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Bastion had haar onderzoek naar het oordeel van de kantonrechter moeten en kunnen beginnen met een gesprek met werknemer op of kort na 11 september 2024. Vaststaat immers dat werknemer in ieder geval op 11, 12 en 13 september 2024 gewoon nog heeft gewerkt. Bastion had hem toen al kunnen en moeten confronteren met het op 11 september 2024 door de hotelmanager ontdekte WhatsAppbericht van werknemer van 28 augustus 2024 en met de door hem ontvangen betalingen en had werknemer toen al om uitleg moeten vragen. Dat heeft Bastion niet gedaan. Omdat de kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, kan de kantonrechter werknemer een billijke vergoeding toekennen. De kantonrechter is echter van oordeel dat de billijke vergoeding in dit geval op nihil moet worden gesteld, gezien de eigen rol van werknemer in het ontstaan van het geschil. De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging wijst de kantonrechter toe, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De verzochte transitievergoeding is eveneens toewijsbaar. Tot slot wordt het verzoek tot betaling van het achterstallige salaris tot 30 september 2024 toegewezen.