Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 11 februari 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:1394
Feiten
Werkneemster is sinds 15 juni 2005 in dienst bij Stichting Novadic-Kentron (hierna: Novadic) en werkzaam als reclasseringsmedewerkster met een loon van € 3.588,75 bruto per maand bij een arbeidsomvang van 27 uren per week, exclusief de vakantietoeslag een eindejaarsuitkering van 8,33%. De cao GGZ is van toepassing. Er geldt een verbod voor nevenwerkzaamheden. Werkneemster heeft, naast haar werk bij Novadic, een eigen onderneming. In 2020 heeft zij een boek uitgebracht naar aanleiding van casuïstiek vanuit haar werk. In juli 2024 heeft werkneemster bij haar leidinggevende aangekaart dat zij een reeks trainingen wilde gaan verzorgen voor naasten van volwassen verslaafden in de gemeenten Waalwijk en Tilburg, zogenoemde ‘lotgenotentrainingen’. Novadic heeft naar aanleiding daarvan intern overleg gevoerd en is tot de conclusie gekomen dat werkneemster met het geven van die trainingen het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden zou overtreden. Werkneemster krijgt geen toestemming. Werkneemster vraagt Novadic wat de consequenties zouden kunnen zijn als zij besluit de training toch te gaan geven. Novadic heeft aangegeven eventueel een ontslagvergunning aan te vragen waarbij de transitievergoeding zou komen te vervallen. In oktober 2024 bericht werkneemster dat zij heeft besloten de training ten behoeve van de naasten van de verslaafden binnen haar eigen onderneming toch doorgang te laten vinden, waarop Novadic reageert met een op non-actiefstelling. Novadic verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat werkneemster trainingen heeft gegeven terwijl zij wist dat zij daarmee het verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden zou overtreden en zij wist dat Novadic haar aan dat verbod zou houden. Werkneemster betwist dat zij verwijtbaar heeft gehandeld onder meer omdat Novadic geen enkel nadeel van de door haar gegeven trainingen ondervindt.
Oordeel
Beoordeeld moet worden of het nevenwerkzaamhedenbeding rechtsgeldig is overeengekomen. Vervolgens moet worden beoordeeld of het verbod op de nevenwerkzaamheden passend, geschikt en noodzakelijk is om het belang van Novadic te beschermen, mede gelet op het feit dat het hier gaat om een beperking van een grondrecht. Vast staat dat de objectieve rechtvaardigingsgrond in dit geval niet in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. In de cao GGZ die op de arbeidsovereenkomst van toepassing is, is wel bepaald wanneer een werknemer geen nevenfuncties mag verrichten. Dat is het geval als die (on)betaalde nevenwerkzaamheden redelijkerwijs niet verenigd kunnen worden met zijn functie of met de belangen of het aanzien van de organisatie. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Novadic voldoende gemotiveerd en aangetoond dat sprake is van een objectieve reden voor Novadic om werkneemster te verbieden de lotgenotentrainingen vanuit haar eigen onderneming te geven en haar derhalve aan het verbod op nevenwerkzaamheden te houden. Novadic heeft uitgebreid toegelicht dat de trainingen die werkneemster aan naasten van verslaafden geeft, hoewel Novadic niet specifiek diezelfde soort trainingen aanbiedt, direct raakt aan haar kerntaak, namelijk het verlenen van verslavingszorg. De kantonrechter oordeelt dat het nevenwerkzaamhedenbeding rechtsgeldig is overeengekomen en dat het verbod voldoende passend, geschikt en noodzakelijk is om het belang van Novadic te beschermen. Door het verbod op nevenwerkzaamheden doelbewust te overtreden is er sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Met Novadic is de kantonrechter van oordeel dat de wijze waarop werkneemster heeft gehandeld als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werkneemster verklaard dat zij wist wat het risico was, maar dat zij heeft besloten de trainingen ondanks de bezwaren van Novadic toch te gaan geven. De kantonrechter ziet aanleiding met toepassing van artikel 7:673 lid 8 BW een gedeeltelijke transitievergoeding toe te kennen, omdat het in het geheel niet toekennen van een transitievergoeding naar zijn oordeel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid in dit geval tot een onaanvaardbare uitkomst zou leiden.