Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 27 februari 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:2057
Feiten
Werkneemster is sinds 12 augustus 2022 als medewerkster fastfood WML in dienst bij McDonald’s Maastricht de Geusselt B.V. (hierna: McDonald’s). In de arbeidsovereenkomst van werkneemster is een artikel opgenomen waarin staat dat zij akkoord gaat met een tijdelijke of een definitieve overplaatsing naar een ander restaurant van dezelfde werkgever indien de werkgever dit noodzakelijk acht. Werkneemster heeft vanaf maart 2024 achtereenvolgend diverse waarschuwingen gekregen over haar werkhouding, waaronder het in gevaar brengen van de operations, het belemmeren van het productieproces, het niet verschijnen op de werkvloer, het niet volgens de procedure maken van hamburgers, het vlechten van haren op de werkvloer, het op haar telefoon zitten tijdens gesprekken of het weglopen tijdens gesprekken en het zichtbaar hebben van een relatie met een andere medewerker op de werkvloer. In november 2024 is werkneemster in een gesprek medegedeeld dat zij per 18 november 2024 wordt overgeplaatst naar Gronsveld. Werkneemster heeft dit geweigerd en is niet verschenen op haar eerste werkdag in Gronsveld. Op 19 november 2024 heeft werkneemster McDonald’s per e-mail laten weten dat zij ontslag neemt. McDonald’s heeft het ontslag van werkneemster op 20 november 2024 geaccepteerd en haar loon tot 18 november 2024 uitbetaald. Op 13 januari 2025 heeft McDonald’s werkneemster aangeboden om weer te komen werken op haar oude werkplek. Vanaf 24 januari 2025 is werkneemster weer werkzaam bij McDonald’s De Geusselt in Maastricht en ontvangt zij loon. In onderhavige procedure verzoekt werkneemster McDonald’s te veroordelen tot doorbetaling van haar loon vanaf 18 november 2024 tot 24 januari 2025. Zij stelt zich daarbij op het standpunt dat zij geen gehoor diende te geven aan het besluit van McDonald’s om haar werkzaamheden per 18 november 2024 in Gronsveld te verrichten. McDonald’s verzoekt in een tegenverzoek werkneemster te veroordelen tot (terug)betaling van een bedrag ad € 1.391,35 netto wegens onverschuldigde betaling.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de arbeidsovereenkomst van werkneemster is een eenzijdig wijzigingsbeding ex artikel 7:613 BW opgenomen. In dat kader is de kantonrechter van oordeel dat McDonald’s een zwaarwegend belang had werkneemster over te plaatsen naar de vestiging in Gronsveld. Gezien het disfunctioneren van werkneemster gedurende een zekere tijd (werkneemster heeft niet geprotesteerd tegen de waarschuwingen) kon McDonald's besluiten dat werkneemster haar functie niet meer kon uitvoeren in McDonald’s De Geusselt in Maastricht. Ondanks de diverse waarschuwingen en gevoerde gesprekken trad er bovendien geen verbetering op. De door werkneemster aangevoerde praktische bezwaren voor de overplaatsing, heeft McDonald’s tijdens de mondelinge behandeling weerlegd. De slotsom is dan ook dat werkneemster het voorstel tot overplaatsing naar McDonald’s in Gronsveld niet had mogen weigeren. Daarmee komt het als gevolg van deze weigering niet verrichten van de arbeid op grond van artikel 7:628 BW voor haar risico. Het verzoek tot betaling van het (achterstallig) loon zal daarom worden afgewezen. Het tegenverzoek tot terugbetaling van het bedrag ad € 1.391,35 netto van McDonald’s wordt toegewezen, omdat werkneemster tijdens de zitting heeft erkend dat het bedrag onverschuldigd aan haar is betaald.