Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2024 bij RR Commerce Nederland B.V. (hierna: RR Commerce) in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 februari 2025. Hij heeft zich per 9 augustus 2024 ziek gemeld. Begin december 2024 adviseert de bedrijfsarts om zo snel mogelijk met elkaar in gesprek te gaan over arbeidgerelateerde zaken, waarna werknemer twee x twee uur zou kunnen starten op arbeidstherapeutische basis. RR Commerce nodigt werknemer vervolgens uit om op dinsdag 10 december en donderdag 12 december 2024 drie uur per dag te komen werken. Werknemer reageert daarop per e-mail dat er conform het advies van de bedrijfsarts eerst een gesprek dient plaats te vinden voordat de werkzaamheden kunnen worden hervat. Hij stelt voor om het (video)gesprek na zijn vakantie in te plannen. RR Commerce heeft werknemer gewaarschuwd dat hij, als hij niet op 12 december 2024 op het werk verschijnt, een loonstop opgelegd zal krijgen. De loonstop wordt per 13 december 2024 geëffectueerd. Er ontstaat een schriftelijke discussie tussen partijen met verwijten over en weer, waarbij een gesprek vooralsnog uitblijft. Op 2 januari 2025 bericht RR Commerce dat werknemer die dag niet is verschenen op de afspraak en dat zij het contact per e-mail wil beperken. Tevens verzoekt zij werknemer om een telefonische afspraak te maken voor een gesprek op kantoor. Op 1 februari 2025 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege geëindigd. Werknemer vordert RR Commerce te veroordelen tot betaling van het (achterstallig) loon over december 2024 en januari 2025. RR Commerce stelt dat de loonstop van 13 december 2024 een gerechtvaardigde maatregel was wegens de (aanhoudende) nalatigheid van werknemer in zijn re-integratie.
Oordeel
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter moet RR Commerce het loon over de periode vanaf 13 december 2024 tot en met 31 januari 2025 aan werknemer betalen. Ten aanzien van de periode vanaf 13 december 2024 tot en met 28 december 2024 staat vast dat werknemer vakantieverlof had. Het verlof was vooraf afgestemd en goedgekeurd. Ook zijn de vakantiedagen over deze periode afgeschreven. Tijdens het (goedgekeurde en afgeschreven) verlof zijn werknemers vrijgesteld van (eventuele) re-integratieverplichtingen. De kantonrechter is daarom voorshands van oordeel dat de loonstop over deze periode onterecht is. Ter zitting is duidelijk geworden dat RR Commerce zich met betrekking tot de periode vanaf 29 december 2024 tot en met 31 januari 2025 op het standpunt stelt dat de loonstop gerechtvaardigd is, omdat werknemer niet bereid was om een fysiek gesprek aan te gaan op het kantoor van RR Commerce. Ook de loonstop ten aanzien van deze periode acht de kantonrechter onterecht. Vast staat dat partijen elkaar sinds de ziekmelding van werknemer steeds meer en vaker verwijten zijn gaan maken. Partijen blijven ook fundamenteel van mening verschillen over het re-integratietraject van werknemer en zijn recht op loon tijdens vakantie. Dit heeft de nodige wrijving tussen partijen veroorzaakt. De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de door RR Commerce gestelde verplichting om direct voorafgaand aan de start van de re-integratiewerkzaamheden ten overstaan van drie gesprekspartners een fysiek gesprek op kantoor te voeren, géén redelijk voorschrift was. De vordering van werknemer wordt toegewezen.