Rechtspraak
Feiten
Werknemer is op 22 april 2013 bij Witran B.V. in dienst getreden als algemeen medewerker. Witran is een onderneming die zich bezighoudt met de verhuur van lichte bedrijfswagens en busjes. Witran heeft één alleen/zelfstandig bestuurder en enig aandeelhouder (hierna: X). X heeft ook één alleen/zelfstandig bestuurder en enig aandeelhouder (hierna: Y). Y is daarnaast als werknemer in dienst van Radar. De verhoudingen tussen enerzijds werknemer en anderzijds zijn zus (die ook werkzaam is voor Witran) en Y zijn sinds enige tijd ernstig bekoeld. Op 3 november 2023 heeft de adviseur van werknemer een e-mail gestuurd aan Radar/Y, waarin hij stelt dat tijdens een gesprek met Y op 6 augustus 2023 is gebleken dat er “van alles mis was” en dat Y tijdens dat gesprek heeft toegezegd dat hij zijn verplichtingen voortvloeiend uit goed werkgeverschap zou nakomen. Op 13 november 2023 heeft de adviseur opnieuw een e-mail naar Radar gestuurd waarin hij Y beticht van het verkondigen van onwaarheden en slecht werkgeverschap. De gemachtigde van werknemer heeft bij brief van 2 december 2023 Witran gesommeerd tot betaling van € 36.500 aan achterstallig loon. Bij e-mail van 24 januari 2024 heeft Y (namens Witran) aan werknemer medegedeeld dat een bedrag van € 23.156,17 aan werknemer zal worden betaald. In deze procedure vordert werknemer onder meer voor recht te verklaren dat X en Y een onrechtmatige daad jegens werknemer hebben gepleegd, de cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (hierna: de cao) van toepassing is en de bedrijfstak (PMT-)pensioen- en overige verplicht gestelde regelingen dienen te worden toegepast. Daarnaast vordert werknemer Witran te veroordelen tot betaling van het netto-equivalent van in totaal € 24.443,40 brutoloon en € 23.156,17 nettoloon.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Onrechtmatige daad
Het is vaste rechtspraak dat een bestuurder van een rechtspersoon alleen dan onrechtmatig handelt jegens een schuldeiser van de rechtspersoon wanneer die bestuurder daarvan een voldoende ernstig verwijt gemaakt kan worden. Uit de stellingen van werknemer blijkt niet dat aan deze maatstaf is voldaan. Zo voert werknemer aan dat Witran haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet is nagekomen en dat X/Y daarvan een verwijt gemaakt kan worden. Dat is in het licht van voornoemde vaste rechtspraak onvoldoende om tot de conclusie te komen dat X en Y onrechtmatig jegens hem gehandeld hebben. De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen.
Toepasselijkheid cao
Het enkele feit dat Witran voldoet aan het bepaalde in artikel 1 van de cao is onvoldoende om tot toepasselijkheid van de cao op de arbeidsovereenkomst met werknemer te kunnen concluderen. De arbeidsovereenkomst bevat immers geen beding waarin staat dat de cao van toepassing is en Witran is een “ongeorganiseerde werkgever”. Toch kan dit Witran niet (helemaal) baten. Het staat vast dat (delen van) deze cao voor diverse periodes algemeen verbindend verklaard zijn. Voor die periodes zijn de algemeen verbindend verklaarde onderdelen van die cao wel van toepassing op de arbeidsovereenkomst tussen Witran en werknemer. Hieruit volgt dat de gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar is omdat deze veel te algemeen geformuleerd is. Er kan immers niet worden gezegd dat de cao volledig en zonder nadere afbakening in tijd steeds op de arbeidsovereenkomst tussen Witran en werknemer van toepassing is (geweest). Werknemer heeft daar te weinig voor gesteld.
Bedrijfstak (PMT-)pensioen
Anders dan werknemer stelt, is het helemaal geen feit van algemene bekendheid dat een onderneming zoals Witran die voert op grond van het verplichtstellingsbesluit onder de werkingssfeer van het Pensioenfonds Metaal en Techniek valt. Het had op de weg van werknemer gelegen om specifiek aan te wijzen op grond van welke bepaling van dat besluit Witran onder die werkingssfeer valt. Dat heeft werknemer niet gedaan. De kantonrechter kan uit het besluit (Stcrt. 2015, 11859) in ieder geval niet opmaken dat de arbeidsovereenkomst tussen Witran en werknemer onder die werkingssfeer valt. De gevorderde verklaring voor recht is in zoverre niet toewijsbaar.
Loonvordering
Ter onderbouwing van zijn vordering tot het netto-equivalent van € 24.443,40 brutoloon, heeft werknemer aangevoerd dat deze loonvordering ziet op de periode van maart 2018 tot en met oktober 2019. Partijen zijn het erover eens dat Witran in die periode aan werknemer het loon heeft uitbetaald op basis van een parttime dienstverband. Werknemer stelt nu dat hij in deze periode niet parttime maar fulltime heeft gewerkt. Dat werknemer over deze periode recht heeft gehad op betaling van het loon op basis van een fulltimedienstverband, heeft hij naar het oordeel van de kantonrechter niet aan kunnen tonen. Het enkele feit dat een werknemer meer uren werkt dan is overeengekomen, impliceert niet dat hij recht heeft op betaling van het loon over die meeruren. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat Witran voor een groot deel van deze vordering van werknemer terecht een beroep op verjaring doet. Tot slot is de kantonrechter van oordeel dat Witran met succes (subsidiair) een beroep doet op rechtsverwerking. De vordering wordt afgewezen. De kantonrechter veroordeelt Witran wel tot betaling aan werknemer van een bedrag van € 21.346,17, met dien verstande dat daarop in mindering strekt de reeds aan werknemer verrichte (deel)betalingen.