Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster / Werkgeefsters
Rechtbank Limburg (Locatie maastricht), 5 maart 2025
ECLI:NL:RBLIM:2025:2115
Werkneemster vordert verklaring voor recht dat sprake is van overgang van onderneming, zodat twee partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor betaling van onder meer transitievergoeding, vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. Vorderingen niet betwist. Toewijzing vergoedingen volgt.

Feiten

Werkneemster vordert een verklaring voor recht dat sprake is van een overgang van onderneming van Eurohands naar Titan Groep. Voorts eist werkneemster verschillende vergoedingen, waaronder de transitievergoeding, vakantiegeld, een eindejaarsuitkering en een vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen. Verder verzoekt werkneemster om een correcte loonstrook en eindafrekening, evenals vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten, allemaal te vermeerderen met wettelijke rente.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Eurohands en Titan Groep hebben na verkregen uitstel geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van de werkneemster. Dit betekent dat zij de vorderingen niet hebben betwist, waardoor resteert de beoordeling of de vorderingen juridisch voldoende zijn onderbouwd en of deze kunnen worden toegewezen.

Werkneemster baseert haar vordering op een vaststellingsovereenkomst die zij met Eurohands heeft gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster legt deze overeenkomst over en Eurohands betwist het bestaan of de inhoud ervan niet. Hierdoor wordt vastgesteld dat Eurohands gehouden is aan de verplichtingen uit deze overeenkomst. Daarnaast stelt werkneemster onbetwist dat Titan Groep volgens mededelingen van Eurohands de rechtsopvolger is van Eurohands en daarmee ook aansprakelijk is voor de nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Omdat Titan Groep dit niet heeft betwist, wordt de vordering tegen Titan Groep eveneens toegewezen.

Wat betreft de verstrekking van de loonstrook en eindafrekening bepaalt de kantonrechter dat Eurohands en Titan Groep dit binnen veertien dagen na betekening van het vonnis moeten doen. Indien zij hier niet aan voldoen, wordt een dwangsom opgelegd van € 250 per dag, met een maximum van € 5.000. De kantonrechter wijst de vordering tegen een derde gedaagde af. Werkneemster heeft namelijk niet uitgelegd waarom deze partij mede zou moeten worden veroordeeld tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst, terwijl hij geen partij was bij die overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dat werkneemster in dit opzicht niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Eurohands en Titan Groep worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de netto-equivalenten van € 12.500 transitievergoeding, € 1.297,49 vakantiegeld, € 582,65 bruto-eindejaarsuitkering, € 5.148,80 aan niet genoten vakantiedagen en € 1.174,05 aan buitengerechtelijke kosten. Daarnaast worden Eurohands en Titan Groep hoofdelijk veroordeeld om binnen veertien dagen een correcte loonstrook en eindafrekening aan werkneemster te verstrekken. Indien zij dit niet doen, geldt een dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 5.000.