Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Exploitatie Muziekcentrum en Danstheater
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 7 december 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7031

werkneemster/Stichting Exploitatie Muziekcentrum en Danstheater

Ontslag op staande voet wegens verduistering ondanks vrijspraak in strafrechtelijke procedure. Gedeeltelijk bewezen dringende reden. Onverwijldheid

Werkneemster is op 19 februari 2004 op staande voet ontslagen wegens verduistering van kassagelden van Stichting Exploitatie Muziekcentrum en Danstheater (SEM). In hoger beroep staat het gedeeltelijk bewezen feitencomplex, de dringende reden en de onverwijldheid centraal.

Het hof oordeelt als volgt. Ook indien de in de ontslagbrief gebruikte bewoordingen 'manipulatie van het kassasysteem' en/of 'listige kunstgrepen' zouden moeten worden aangemerkt als meer dan alleen een illustratie van de aan het ontslag ten grondslag gelegde verduistering, dan is het hof van oordeel dat uit de stellingen over en weer voldoende duidelijk is dat – naar het oordeel van beide partijen – het zwaartepunt van de ontslagreden is gelegen in de gestelde verduistering. Die stellingen brengen naar het oordeel van het hof – bezien in onderlinge samenhang en in het licht van het partijdebat – voorts mee dat geacht moet worden te zijn voldaan aan elk van de tweede en derde in het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2006, LJN AW6109 vermelde voorwaarden. Ook indien 'slechts' die verduistering komt vast te staan en deze op zichzelf beschouwd een dringende reden is, kan het ontslag derhalve op die basis als rechtsgeldig worden aangemerkt.

Uit de verklaringen van werkneemster en de afwijkende bedragen in de verschillende registratiesystemen, leidt het hof af dat daadwerkelijk sprake is geweest van verduistering van gelden, zodat de dringende reden is komen vast te staan. Aan het voorgaande doet anders dan werkneemster heeft aangevoerd – niet af dat zij in de strafzaak, na in eerste aanleg te zijn veroordeeld, in hoger beroep is vrijgesproken van verduistering. Vrijspraak is immers geen bewijs van onschuld.

Dat SEM werkneemster op 15 februari 2004 confronteerde met haar bevindingen en pas op 19 februari 2004 overging tot ontslag op staande voet, doet niet af aan de onverwijldheid. SEM heeft steeds voortvarend gehandeld.