Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bouwmarkt Beverwijk BV c.s.

Schadevergoeding aan de hand van XYZ-formule in strijd met Rutten/Breed

In juli 2007 heeft Bouwmarkt na een dienstverband van 36 jaar de arbeidsovereenkomst met (voorheen: statutair) werknemer-directeur beëindigd. Daarop heeft werknemer Bouwmarkt gedagvaard en een verklaring voor recht gevorderd dat het hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is (op de voet van art. 7:681 lid 2 onder b BW). Tevens heeft hij betaling van (onder meer) schadevergoeding van € 628.530,30 gevorderd, berekend aan de hand van de kantonrechtersformule. Bouwmarkt heeft de hoogte en de berekeningswijze van de schadevergoeding bestreden. In zijn arrest van 15 september 2009 heeft het Hof Amsterdam geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Het hof berekent de schadevergoeding aan de hand van de XYZ-formule en komt tot een bedrag van € 190.000 bruto. Zowel werknemer als Bouwmarkt klagen in cassatie over de genoemde berekening van de kennelijk-onredelijkontslagvergoeding. Bouwmarkt refereert zich in het principaal cassatieberoep aan het oordeel van de Hoge Raad in Rutten/Breed. Werknemer doet hetzelfde in incidenteel cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Zoals volgt uit hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arresten van 27 november 2009, nr. 09/00978, LJN BJ6506, NJ 2010, 493 en 12 februari 2010, nr. 09/03517, LJN BK4472, NJ 2010, 494, geeft het oordeel van het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting waar het bij de vaststelling van de hoogte van de aan werknemer toe te kennen schadevergoeding is uitgegaan van de zogeheten kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,5 (XYZ-formule). Volgt vernietiging van het arrest.