Naar boven ↑

Rechtspraak

Albayrak/COA
Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2011
ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8531

Albayrak/COA

Op non-actiefstelling Albayrak gedurende onafhankelijk onderzoek naar onder meer het werkklimaat en de bestuursstructuur van het COA gerechtvaardigd

Albayrak is sinds 2001 in dienst van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (hierna: COA). Nadat minister Leers (minister van Immigratie en Asiel) op 16 november 2010 om de voordracht voor benoeming van de leden van de raad van bestuur en een voorstel voor de bezoldiging van deze leden heeft verzocht, is op grond van artikel 8 lid 3 Wet COA Albayrak als bestuursvoorzitter voorgedragen en benoemd. Op 27 september 2011 is Albayrak op non-actief gesteld, hangende het onderzoek naar salarisbetalingen en vergoedingen binnen het COA. Op 11 oktober 2011 heeft minister Leers medegedeeld dat een onafhankelijk feitenonderzoek naar het functioneren van het COA dat gericht is op het werkklimaat en de bestuursstructuur van het COA zal worden uitgevoerd. Albayrak is die dag wederom op non-actief gesteld. In de onderhavige procedure vordert Albayrak opheffing van de op non-actiefstelling en toelating tot haar gebruikelijke werkzaamheden, alsmede een rectificatie.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Door zowel het COA als door Albayrak is onjuiste informatie over het salaris van Albayrak aan minister Leers verstrekt. Dat na intern onderzoek door het COA is vastgesteld dat het verschil is ontstaan doordat het opgenomen salaris correspondeert met een 36-urige werkweek, terwijl Albayrak 40 uur per week werkt, maakt dit niet anders. Voorts staat tussen partijen vast dat er meerdere klachten zijn geuit over de vermeende angstcultuur bij het COA. Naar aanleiding van de inadequate informatievoorziening en de zware beschuldigingen met betrekking tot het werkklimaat binnen het COA kon naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid worden besloten tot het instellen van een onafhankelijk onderzoek naar onder meer het werkklimaat en de bestuursstructuur van het COA. Albayrak zal de voortgang van de werkzaamheden van het COA ernstig belemmeren als zij haar werkzaamheden hervat. Dat het onderzoek nog niet is begonnen en niet bekend is hoe lang dat onderzoek in beslag zal nemen, maakt dit oordeel niet anders. Het belang van het COA om zijn werkzaamheden gedurende het onderzoek onbelemmerd te kunnen voortzetten weegt zwaarder dan het belang van Albayrak om terug te keren naar haar werkplek. Daarbij staat wel voorop dat als naar aanleiding van dit onderzoek komt vast te staan dat haar geen verwijten kunnen worden gemaakt, zij volledig zal moeten worden gerehabiliteerd. De vordering tot opheffing van de (tweede) op non-actiefstelling van 11 oktober 2011 wordt afgewezen. Partijen zijn het erover eens dat de op non-actiefstelling van 27 september 2011 inmiddels door tijdsverloop is geƫindigd, zodat Albayrak ten aanzien van die op non-actiefstelling bij een oordeel over de rechtmatigheid geen belang meer heeft.