Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 9 augustus 2011
ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3478
werknemer/PKF Wallast
Werknemer is van 1998 tot 2002 in dienst geweest van PKF Wallast als belastingadviseur. Op 17 juli 2000 heeft werknemer zich ziek gemeld met RSI-klachten. Bij brief van 19 januari 2005 heeft werknemer PKF Wallast aansprakelijk gesteld voor de schade. In de onderhavige deelgeschilprocedure verzoekt werknemer de kantonrechter te oordelen dat PKF Wallast op grond van artikel 7:658 BW, althans de artikelen 7:611 BW en 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die hij heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat partijen nog niet inhoudelijk hebben onderhandeld, betekent niet per definitie dat het geschil niet is aan te merken als 'deelgeschil'. Met name over de aansprakelijkheidsvraag verschillen partijen van mening. Door hierover te beslissen, kan worden bijgedragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Het geschil zal derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
Het oordeel ten aanzien van de verjaring heeft vergaande gevolgen in deze procedure. De bodemrechter is namelijk gebonden aan wat in de deelgeschilprocedure is beslist, zodat de verjaring pas in hoger beroep weer in volle omvang ter discussie kan worden gesteld. Belangrijke correspondentie is door de advocaat van werknemer niet overgelegd, omdat het hier confraternele correspondentie betreft. Hiertoe zal alsnog de gelegenheid worden geboden.
Gelet op de ernst van de tekortkoming van PKF Wallast, de belangen van werknemer en in aanmerking genomen dat PKF Wallast geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat zij in haar belangen is geschaad door de lengte van de in acht genomen klachttermijn, oordeelt de kantonrechter dat het beroep van PKF Wallast op artikel 6:89 BW niet slaagt.
Ten aanzien van de aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW wordt overwogen dat het op de weg van PKF Wallast had gelegen om in het verweerschrift uitvoerig op de werkomstandigheden en de gestelde schending van de zorgplicht in te gaan. Bij PKF Wallast is kennelijk een onjuist beeld ontstaan over de behandeling van een zaak in een deelgeschilprocedure. Na daartoe op de zitting in de gelegenheid te zijn gesteld, is volstaan met de stelling dat PFK Wallast geen zorgplicht heeft geschonden, zodat van de werkomstandigheden zoals door werknemer onderbouwd zal worden uitgegaan. Werknemer heeft onder meer gesteld dat zijn arbeidsplaats niet aan de Arbowet voldoet en dat de grens van twee uur beeldschermwerk is overschreden. Daarnaast heeft hij geen instructies gekregen over hoe gewerkt moet worden met beeldschermwerken.
Op grond van de deskundigenrapporten moet worden vastgesteld dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor PKF Wallast RSI-klachten heeft opgelopen en daardoor schade heeft geleden. Tevens moet worden geoordeeld dat PKF Wallast tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgverplichting, onder meer voortvloeiend uit de Arbeidsomstandighedenwet (1980) en het Besluit Beeldschermwerk 1992. Als het verweer met betrekking tot de verjaring niet slaagt, is PKF Wallast aansprakelijk voor de schade van werknemer. Volgt aanhouding van de beslissing.