Naar boven ↑

Rechtspraak

Sneller/DAS
Hof van Justitie van de Europese Unie, 7 november 2013

Sneller/DAS

Verzekeringsnemer van rechtsbijstandverzekeraar heeft recht op vrije advocaatkeuze, ook als de gerechtelijke procedure niet verplicht is (in casu een kennelijk onredelijk ontslag). De voorwaarde dat een advocaat slechts dan ingezet mag worden, indien de rechtsbijstandverzekeraar van mening is dat het aan een externe rechtshulpverlener mag worden uitbesteed is in strijd met de richtlijn. Beperkingen aan de hoogte van de vergoedingen zijn wel toelaatbaar

Sneller heeft een rechtsbijstandverzekering gesloten bij Reaal Schadeverzekeringen NV. De verzekeringsovereenkomst bepaalt dat DAS is aangewezen als de vennootschap die de dekking van de rechtsbijstand uitvoert. In deze overeenkomst is tevens bedongen dat zaken worden behandeld door de eigen medewerkers van DAS. Indien een zaak echter krachtens de overeenkomst of naar de mening van DAS aan een externe rechtshulpverlener uitbesteed moet worden, heeft de verzekerde het recht een advocaat of deskundige naar eigen keuze aan te wijzen. Sneller wil tegen zijn voormalige werkgever een gerechtelijke procedure om schadevergoeding voeren omdat die hem kennelijk onredelijk heeft ontslagen. Daartoe wil hij zich laten bijstaan door een door hemzelf gekozen advocaat, waarbij zijn rechtsbijstandverzekeraar de kosten van die rechtsbijstand zou moeten dragen. DAS heeft ermee ingestemd dat Sneller een gerechtelijke procedure voert, maar heeft gesteld dat de door Sneller gesloten overeenkomst in een dergelijk geval geen dekking biedt voor de kosten van rechtsbijstand door een advocaat naar keuze van de verzekerde. DAS is daarom slechts bereid om zelf rechtsbijstand aan Sneller te verlenen door middel van een eigen werknemer, die geen advocaat is. Sneller heeft tot aan de Hoge Raad vergoeding van de advocaatkosten gevorderd. De Hoge Raad wenst in wezen te vernemen of artikel 4 lid 1 sub a van Richtlijn 87/344/EEG (rechtsbijstandverzekering) aldus moet worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een rechtsbijstandverzekeraar die in zijn verzekeringsovereenkomsten regelt dat rechtsbijstand in beginsel wordt verleend door zijn werknemers, tevens bedingt dat de kosten van rechtsbijstand van een door de verzekerde vrij gekozen advocaat of rechtsbijstandverlener slechts vergoed kunnen worden indien de verzekeraar van mening is dat de behandeling van de zaak aan een externe rechtshulpverlener moet worden uitbesteed.

Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt. In dat verband zij opgemerkt dat blijkens zowel de elfde overweging van de considerans van Richtlijn 87/344 als artikel 4 lid 1 ervan het belang van de voor rechtsbijstand verzekerde inhoudt dat deze in het kader van gerechtelijke of administratieve procedures zelf zijn advocaat moet kunnen kiezen of elke andere persoon met kwalificaties die door het nationale recht worden erkend (arrest Stark, punt 28). Aldus vloeit uit artikel 4 lid 1 sub a van Richtlijn 87/344 in samenhang met de elfde overweging van de considerans ervan voort dat de vrije advocaatkeuze van de verzekeringnemer niet kan worden beperkt tot de situaties waarin de verzekeraar besluit dat een externe rechtsbijstandverlener in de arm moet worden genomen. In de tweede plaats moet worden vastgesteld, zoals de Europese Commissie aanvoert, dat de doelstelling die door Richtlijn 87/344 en inzonderheid artikel 4 ervan wordt nagestreefd, namelijk de belangen van de verzekerden ruim te beschermen (zie in die zin arrest Eschig, punt 45), niet verenigbaar is met een restrictieve uitlegging van artikel 4 lid 1 sub a van deze richtlijn, zoals door DAS bepleit. In dat verband moet eraan worden herinnerd dat artikel 4 lid 1 van Richtlijn 87/344 met betrekking tot de vrije keuze van de rechtshulpverlener een algemene strekking en een bindend karakter heeft (zie arresten Eschig, punt 47, en Stark, punt 29). In de derde plaats moet met betrekking tot de kwestie van de hoogte van de verzekeringspremies worden gepreciseerd dat de verschillende manieren waarop de verzekerde zijn recht op vrije keuze van rechtshulpverlener kan uitoefenen, niet uitsluiten dat in bepaalde gevallen beperkingen kunnen worden gesteld aan de kosten die door de verzekeraars worden vergoed. Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof betekent de keuzevrijheid in de zin van artikel 4 lid 1 van Richtlijn 87/344 niet dat de lidstaten in elk geval aan de verzekeraars de volledige dekking van de kosten van de verdediging van een verzekerde moeten opleggen, voor zover deze vrijheid niet van haar inhoud wordt beroofd. Dat zou het geval zijn indien het door de beperking van de vergoeding van deze kosten voor de verzekerde in de praktijk onmogelijk werd, een redelijke keuze te maken wat zijn vertegenwoordiger betreft. In ieder geval staat het aan de dienaangaande eventueel aangezochte nationale rechterlijke instanties om na te gaan of sprake is van zodanige beperking (zie in die zin arrest Stark, punt 33). Bovendien blijven de overeenkomstsluitende partijen vrij om een hoger niveau van vergoeding van de kosten van rechtsbijstand overeen te komen, eventueel tegen betaling van een hogere premie door de verzekerde (zie in die zin arrest Stark, punt 34). Het maakt geen verschil of rechtsbijstand voor de desbetreffende gerechtelijke of administratieve procedure naar nationaal recht verplicht is.

  • Onderwerpen: Rechtsvordering
  • Trefwoorden: rechtsbijstand, vrije keuze van advocaat, werknemersverzekering, kennelijk onredelijk ontslag en rechtsbijstandverzekering