Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 22 april 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:3215
werknemer/SKF B.V.
Werknemer is op 1 september 2010 in dienst getreden van SKF BV (hierna: SKF). Op 4 augustus 2015 is werknemer op staande voet ontslagen door SKF, omdat werknemer in strijd met de binnen SKF geldende arbeidsvoorwaardenregelingen in de periode 2013 t/m 2015 veelvuldig onjuiste en onterechte declaraties heeft ingediend. Werknemer verzoekt primair het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen en te gelasten dat werknemer tewerkgesteld wordt in zijn functie. Subsidiair verzoekt werknemer betaling van een billijke vergoeding en de transitievergoeding. De kantonrechter heeft de verzoeken van werknemer afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft gedurende zijn dienstverband overeenkomstig de procedure zoals beschreven in het document ‘Declareren doe je zo’ declaraties ingediend voor door hem gemaakte kosten verbonden aan lunch, avondmaaltijd en consumpties. Werknemer heeft erkend dat hij tijdens de uitoefeningen van zijn werkzaamheden niet in één keer, maar verspreid over de dag kosten heeft gemaakt die hij als lunch of als avondmaaltijd bij SKF heeft gedeclareerd tot de maxima van € 12,50 en € 35 per dag. Werknemer heeft daarbij terecht aangevoerd dat in de arbeidsvoorwaardenregeling niet is bepaald dat de lunch of avondmaaltijd in één keer of binnen een bepaalde tijdzone moet worden gekocht. Aldus kan niet worden geoordeeld dat de wijze van declareren door werknemer in strijd is met de arbeidsvoorwaardenregelingen. Het hof is, met SKF, van oordeel dat werknemer wel verwijtbaar heeft gehandeld door in een aantal gevallen etens- en drinkwaren bij SKF te declareren die hij samen met zijn gezin heeft genuttigd. Hoewel de declaraties die betrekking hebben op deze kosten de maximaal te declareren bedragen niet hebben overschreden, heeft werknemer SKF hiermee benadeeld. Deze kosten zijn echter, na de controleprocedure, altijd aan werknemer uitbetaald, zodat hij redelijkerwijs niet behoefde te verwachten dat deze handelwijze achteraf een dringende reden voor ontslag op staande voet zou opleveren. Vast staat dat alle door werknemer ingediende declaraties - na twee controlemomenten - aan hem zijn uitbetaald. Werknemer is nimmer aangesproken op, dan wel gewaarschuwd voor zijn in de ogen van SKF onjuist en onterecht declaratiegedrag. De keuze van SKF voor een ontslag op staande voet acht het hof dan ook een niet passende sanctie. De conclusie is dat SKF werknemer ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van werknemer tot vernietiging van de opzegging afgewezen. Door deze beslissing is komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst op 4 augustus 2015 is geëindigd. Bij gebreke van een nog bestaande arbeidsovereenkomst ten tijde van de bestreden beschikking, viel er aldus niets meer te ontbinden. Dit heeft de kantonrechter met de voorwaardelijke ontbinding, voor het geval er nog een arbeidsovereenkomst bestond, miskend. Artikel 7:683 lid 3 BW biedt het hof geen aanknopingspunten om de opzegging alsnog te vernietigen. De arbeidsovereenkomst wordt door de beschikking van het hof niet hersteld. De in artikel 7:683 lid 3 BW vervatte veroordeling tot herstel legt op de werkgever de verplichting om een nieuwe arbeidsovereenkomst onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als de geëindigde arbeidsovereenkomst aan te bieden. De omstandigheid dat in artikel 7:672 lid 9 BW is bepaald dat voor de toepassing van artikel 7:672 lid 2 BW arbeidsovereenkomsten geacht worden eenzelfde, niet onderbroken arbeidsovereenkomst te vormen in geval van herstel van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 7:682 of artikel 7:683 BW, doet aan het ontstaan van de hiervoor vermelde nieuwe arbeidsovereenkomst niet af, aangezien artikel 7:672 lid 9 BW uitgaat van een wettelijke fictie. De kantonrechter heeft aldus miskend dat ontbinding op voorhand van een als gevolg van een eventuele veroordeling tot herstel te sluiten nieuwe arbeidsovereenkomst niet aan de orde kan zijn. Nu terugkeer naar SKF, gelet op het tijdsverloop sedert het ontslag op staande voet niet meer reëel is, mede omdat werknemer sinds februari 2016 elders werkzaamheden verricht, zal het hof SKF veroordelen een bedrag van € 6.262,69 als transitievergoeding en een bedrag van € 18.788,05 als billijke vergoeding te voldoen.