Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 8 juli 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:5638
Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers/easyJet Airline Company Limited
Sinds maart 2015 heeft easyJet een basis op Schiphol Airport. EasyJet Holland heeft piloten aangenomen op basis van een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht (AMS-based piloten). Op 19 augustus 2015 is op initiatief van VNV een overleg gestart tussen partijen over de collectieve arbeidsvoorwaarden van de bij easyJet Holland werkzame piloten. Op 12 juni 2016 heeft VNV in een persbericht aangekondigd dat zij haar leden heeft opgeroepen om op 14 juni 2016 van 06:00 uur tot 14:00 uur het werk neer te leggen. Op 14 juni 2016 hebben 15 piloten van easyJet Holland gestaakt. EasyJet heeft veertien piloten afkomstig van andere bases dan Amsterdam ingezet om de vluchten uit te voeren van de stakende piloten van easyJet Holland. Thans vordert VNV vordert easyJet te verbieden om gedurende twaalf weken na betekening van dit vonnis gedurende een door VNV aangekondigde werkonderbreking of staking vluchten die gedurende de stakingsperiode normaliter door AMS-based piloten worden uitgevoerd, te laten uitvoeren door andere piloten dan AMS-based piloten van easyJet. EasyJet voert gemotiveerd verweer. In reconventie vordert easyJet VNV te verbieden om in verband met de door haar voorgestane verbetering van de collectieve arbeidsvoorwaarden werkonderbrekingen en/of stakingsacties te organiseren of daaraan deel te (laten) nemen voor een periode van twaalf weken vanaf datum vonnis, voor zover die werkonderbrekingen en/of stakingsacties plaatsvinden op enig moment binnen het tijdvak van vrijdag 06:00 uur tot en met zondag 23:59 uur en VNV te verbieden dat zij werkonderbrekingen en/of stakingsacties organiseert zonder aankondiging aan easyJet, welke aankondiging uiterlijk 48 uren vóór de aanvang van iedere stakingsactie of werkonderbreking per e-mail moet zijn ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Een van de in dit geding aan de orde gestelde kwesties betreft de vraag of het easyJet is toegestaan de effecten van de staking op te vangen door piloten uit andere vestigingen van easyJet in te vliegen en die piloten de vluchten te laten uitvoeren die door stakende AMS-based piloten zouden worden uitgevoerd. Het komt daarom systematisch juist voor om de geschilpunten te bespreken aan de hand van de drie vragen.
Ad A: Zijn de voorgenomen stakingen in beginsel rechtmatige collectieve acties?
EasyJet heeft ter zitting opgemerkt dat VNV het recht heeft om te staken. De voorzieningenrechter stelt op die grond vast dat easyJet niet betwist dat de aangekondigde actie bij kan dragen tot doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Zij betwist wel dat de acties onder de geschetste omstandigheden proportioneel zijn.
Ad B: Is het invliegen van piloten uit andere easyJet-vestigingen een rechtmatige reactie?
Het debat tussen partijen over dit geschilpunt heeft zich toegespitst op het zgn. onderkruipersverbod, sedert 1 juli 1998 opgenomen in artikel 10 van de Waadi. VNV betoogt dat het uitgangspunt van artikel 10 Waadi is dat geen arbeidskrachten ingezet mogen worden met het doel werkzaamheden te verrichten die normaliter door de stakers worden verricht. EasyJet heeft daarop primair gereageerd met de stelling dat de Waadi in het onderhavige geval niet van toepassing is omdat geen sprake is van ‘het ter beschikking stellen van arbeidskrachten’. Zij voert daartoe aan dat zij haar onderneming(en) zodanig heeft georganiseerd dat alle betrokken arbeidskrachten in dienst zijn van één en dezelfde werkgever. Subsidiair doet easyJet een beroep op de uitzondering van artikel 1 lid 3 onderdeel c Waadi, de zgn. intra-concernuitzondering. De voorzieningenrechter oordeelt hierover als volgt. Inzet van personeel om de effecten van een staking op te vangen of te mitigeren kan op velerlei wijze plaatsvinden. Gelet op de tekst van artikel 10 Waadi heeft het daarin opgenomen verbod uitsluitend het oog op niet ‘eigen’ personeel: personeel dat niet al een kostenpost voor de ondernemer vormde vóórdat de behoefte aan inzet ontstond. Daartoe bevat artikel 10 jo. artikel 1 Waadi een nauwkeurige omschrijving van wat wel en niet is toegestaan. De vennootschapsrechtelijke structuur van de door easyJet gedreven onderneming brengt mee dat het primaire standpunt van easyJet juist moet worden geacht. Nu het door easyJet ingezette personeel al vóór die inzet bij haar op de loonlijst stond, is immers van het ter beschikking stellen van personeel aan ‘een ander’ in de zin van de Waadi geen sprake. De omstandigheid dat easyJet in organisatorische zin wellicht meer trekken heeft van een concern met meerdere ondernemingen ontneemt aan de genoemde juridische werkelijkheid niet de zelfstandige betekenis. En wanneer dat wel zo zou zijn, komt VNV er ook niet, want dan verhindert het bepaalde in artikel 1 lid 3 Waadi dat er sprake is van ter beschikking stellen. Kortom, het invliegen van piloten door easyJet uit andere vestigingen is niet onrechtmatig is. Dat brengt mee dat de vorderingen van VNV in conventie zullen worden afgewezen.
Ad C: Indien vraag A bevestigend wordt beantwoord: is het, mede gelet op het antwoord op vraag B, maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk om aan de voorgenomen uitoefening van het recht op collectieve actie één of meer van de in reconventie gevorderde beperkingen te stellen?
Vooropgesteld moet worden dat het niet aan de voorzieningenrechter is om te beoordelen wat een redelijk arbeidvoorwaardenpakket is en evenmin welk type actie op een gegeven moment proportioneel is aan een concreet eisenpakket. Collectieve actie is de voortzetting van de communicatie met andere middelen, waarbij ook in de keuze van actiemiddelen, de duur daarvan en de communicatie daarover, de verantwoordelijkheid primair bij de strijdende partijen ligt. Voor ingrijpen door de voorzieningenrechter is slechts plaats wanneer die aan partijen toekomende ruimte te buiten wordt gegaan. Bij de beoordeling of en in hoeverre dat in casu het geval is verdient allereerst opmerking dat de voorzieningenrechter niet is gebleken dat VNV haar leden heeft opgeroepen tot een langdurige en algemene staking en evenmin dat VNV dat in de (nabije) toekomst van plan is. De voorzieningenrechter stelt vast dat easyJet onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de arbeidsvoorwaarden van de AMS-based piloten in aanzienlijke mate ongunstig afsteken bij die van de piloten in haar vestigingen in het buitenland en van andere budgetcarriers in Nederland. Voorts heeft easyJet niet aannemelijk gemaakt dat zij zich in de onderhandelingen redelijk heeft opgesteld. De voorzieningenrechter stelt op grond van de ter zitting door easyJet gegeven antwoorden op de haar gestelde vragen vast dat easyJet VNV thans tot 1/3 van de kosten van het door VNV verlangde pakket tegemoet is gekomen. Zij heeft niet kunnen aangeven wat haar argumenten zijn voor die zuinige opstelling. Gelet op de kleine miljard winst die zij over 2015 heeft geboekt zal die niet gelegen zijn in financieel onvermogen. In aanmerking genomen de terughoudendheid die de voorzieningenrechter ten aanzien van de beoordeling van de posities van partijen past, is er dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de door VNV overwogen acties – kortdurende stakingen – een disproportionele reactie vormen op de opstelling van easyJet in de onderhandelingen. De voorzieningenrechter komt nu toe aan een bespreking van de door easyJet verlangde beperkingen op het punt van aankondiging vooraf en tijdvakken waarin. Vast staat dat VNV bij de staking van 14 juni 2016 aan de eis van aankondiging van een staking op een termijn van minimaal 48 uur van tevoren is tegemoetgekomen. EasyJet heeft ter zitting verklaard dat alle op 14 juni geplande vluchten konden worden uitgevoerd. Naar valt aan te nemen is dat met name gelukt doordat easyJet dankzij de aankondiging voldoende tijd heeft gekregen om piloten uit andere vestigingen in te vliegen. Het lijdt dan ook geen twijfel dat door het opleggen van een plicht tot voorafgaande aankondiging in aanzienlijke mate afbreuk wordt gedaan aan de effectiviteit van het stakingsmiddel. De door easyJet gevraagde aankondigingstermijn is dan ook een forse beperking van het aan VNV toekomende stakingsrecht, waarvoor zeer zware argumenten moeten kunnen worden gegeven. Die ziet de voorzieningenrechter niet. Met het voorgaande is niet gezegd dat er geen enkele aankondigingstermijn zou moeten gelden. De voorzieningenrechter zal dan ook voorschrijven dat VNV haar acties op een termijn van minimaal zes uur voorafgaand aan de actie moet aankondigen. De voorzieningenrechter oordeelt ook dat in het weekeinde direct volgend op dit vonnis in het geheel geen stakingsacties mogen plaatsvinden en dat deze gedurende de daaropvolgende drie weekeinden niet zijn toegestaan tussen vrijdag 6:00 uur en zondag 6:00 uur Nederlandse tijd.