Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 1 oktober 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:8030
Bouwbedrijf Westerman Winschoten B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is in 1986 in dienst getreden bij Westerman. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor de Bouwnijverheid van toepassing. Werknemer heeft bij brief van 10 juli 2017 de arbeidsovereenkomst opgezegd per 27 augustus 2017. Werknemer heeft in week 31 van 2017 vier dagen gewerkt en één dag verlof genoten ten laste van het Tijdspaarfonds. In de weken 32, 33 en 34 heeft hij vakantie genoten. Het loon over de weken 31, 32 en 33 van 2017 heeft Westerman geheel onbetaald gelaten. Over week 34 heeft Westerman een bedrag van € 195,88 netto uitgekeerd. Werknemer heeft Westerman aangemaand het (volledige) salaris te voldoen over de weken 31 tot en met 34. Werknemer heeft in eerste aanleg uitbetaling van het loon gevorderd. De kantonrechter heeft de vorderingen grotendeels toegewezen. Westerman vordert in hoger beroep vernietiging van de vonnissen en daarnaast dat werknemer wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag aan loon dat correspondeert met het negatieve saldo aan vakantie-, verlof- en/of roostervrije dagen. Werknemer vordert, naast bekrachtiging van het vonnis, betaling van de prestatietoeslag en nettostorting van het Tijdspaarfonds.
Oordeel
Het hof oordeelt dat werknemer tijdig heeft geklaagd over de onjuistheid van zijn loonstroken. Volgens de loonstroken heeft werknemer in de weken 31 tot en met 33 onbetaald verlof genoten, terwijl hij in week 31 vier dagen heeft gewerkt, één dag verlof ten laste van het Tijdspaarfonds (TSF) heeft genoten, en in de weken 32 en 33 vakantie heeft gehad. In week 34 heeft werknemer ook vakantie genoten, terwijl hij volgens de loonstrook vier dagen heeft gewerkt. De loonstroken maken ook geen melding van opbouw van vakantiedagen in de weken 31 tot en met 33. Voor zover het beroep van Westerman betrekking heeft op de saldi genoemd op de laatste loonstrook voorafgaand aan deze periode, dat wil zeggen de loonstrook over week 30 van 2017, overweegt het hof dat een vordering tot betaling van (periodiek verschuldigd) loon en de bijbehorende emolumenten uit een arbeidsovereenkomst in het algemeen niet valt onder de reikwijdte van artikel 6:89 BW. Het hof stelt vast dat van de zijde van Westerman in de hele procedure geen deugdelijk overzicht van de opbouw van vakantie- en verlofuren in het geding is gebracht, laat staan dat Westerman een poging heeft gedaan de door haar verstrekte loonstroken op begrijpelijke wijze in verband te brengen met de bepalingen uit de toepasselijke cao. Dit betekent echter nog niet dat het hoger beroep van Westerman in het geheel geen doel treft. Werknemer heeft in de weken 32 tot 34 niet gewerkt, maar vakantie genoten. Werknemer had op grond van artikel 35a lid 4 van de cao alleen recht op doorbetaling van zijn loon voor zover hij voldoende vakantiedagen had opgebouwd. Werknemer had nog 50,77 uur beschikbaar, maar heeft 120 uur vakantie genoten. Voor de resterende 69,23 uur heeft hij alleen recht op loon als hij daarvoor genoeg andere verlofdagen beschikbaar had. Of werknemer in 2017 genoeg andere verlofuren had opgebouwd, is niet direct aannemelijk. Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte nader uit te laten over de door werknemer in 2017 opgebouwde en opgenomen verlofuren en de afdrachten die hebben plaatsgevonden aan het Tijdspaarfonds.