Naar boven ↑

Rechtspraak

Albert Heijn heeft in redelijkheid kunnen overgaan tot instelling van een GemOR, waardoor de nu zelfstandige OR van AH e-Commerce opgaat in de OR van de AH winkelorganisatie.

Feiten

AH e-Commerce is een onderdeel van Albert Heijn met een eigen ondernemingsraad. In Nederland zijn binnen Ahold Delhaize acht ondernemingsraden actief, waaronder de OR e-commerce. Daarnaast is er een centrale ondernemingsraad ingesteld. In een brief van 7 november 2023 wordt de OR e-Commerce geïnformeerd over een besluit tot wijziging van de medezeggenschapsstructuur. De strekking van dat besluit is dat per 1 mei 2024 een gemeenschappelijke ondernemingsraad (hierna: GemOR) wordt ingesteld en dat de OR e-Commerce opgaat in de OR Albert Heijn. Met een e-mail van 5 december 2023 heeft de OR e-Commerce aan Albert Heijn onder meer laten weten dat op voorhand geen heil wordt gezien in het instellen van een GemOR en het van belang is dat de OR e-Commerce blijft bestaan. Partijen zijn in een gesprek op 6 december 2023 niet tot overeenstemming gekomen over hun verschil van mening ten aanzien van de wijziging van de medezeggenschap. De vraag die in deze uitspraak centraal staat, is of het besluit van Albert Heijn tot instelling van een GemOR niet bevorderlijk is voor de toepassing van de WOR, en of Albert Heijn moet worden verplicht dat besluit in te trekken en de bestaande medezeggenschapsstructuur te handhaven.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat de verzochte verklaring voor recht moet worden afgewezen, evenals het verzoek te bepalen dat Albert Heijn moet worden verplicht om het besluit tot instelling van een GemOR in te trekken. Bij de beoordeling van het besluit tot instelling van een GemOR gaat het op grond van de WOR om de vraag of dat besluit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR en de medezeggenschap. Op basis van de rechtspraak en wetsgeschiedenis moet die vraag worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. De kantonrechter moet niet ‘op de stoel van de ondernemer gaan zitten’, maar zich beperken tot de vraag of de ondernemer in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Zowel de feitelijke als de juridische zeggenschap over AH e-Commerce en de winkelorganisatie is in dezelfde handen, namelijk bij Albert Heijn B.V. Dit levert een omstandigheid op die eraan bijdraagt dat instelling van een GemOR gerechtvaardigd is. De kantonrechter stelt daarnaast vast dat de ondernemingen waarvoor de GemOR is ingesteld een gemeenschappelijk financieel, strategisch en sociaal beleid hebben. De kantonrechter vindt het aannemelijk dat het bevorderlijk is voor een goede communicatie dat het management van de winkelorganisatie en AH e-Commerce met één GemOR overlegt over dezelfde of verwante onderwerpen in die organisaties. Door de instelling van een onderdeelcommissie voor AH e-Commerce wordt gewaarborgd dat specifieke aangelegenheden betreffende AH e-Commerce door die commissie kunnen worden behandeld in het kader van de medezeggenschap. Gelet op de gang van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake geweest van zodanige gebreken in het besluitvormingsproces dat het besluit van Albert Heijn daarom geen stand zou kunnen houden. De kantonrechter komt tot de conclusie dat Albert Heijn in redelijkheid heeft kunnen overgaan tot instelling van een GemOR. Er is dus geen grond om voor recht te verklaren dat het besluit tot instelling van een GemOR niet bevorderlijk is voor de toepassing van de WOR, mede gelet op de terughoudendheid die de kantonrechter bij de beoordeling in acht moet nemen.