Naar boven ↑

Update

Nummer 0, 2023
Uitspraken van 05-10-2023 tot 05-10-2023
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. E.L. Eijkelenboom, mr. S.C. Goedhart, mr. C.P. Kuijer, mr. D. Ottevanger, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. S. van der Slot, mr. V. Twilt en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte confrères, collegae, amici en amicae,

Bijgaand treft u een extra editie van de VAAN AR update aan.

Breaking news: Wetsvoorstel verduidelijking ZZP en rechtsvermoeden op basis van een tarief
Vandaag is de internetconsultatie geopend van het voorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verduidelijken van wanneer sprake is van werken in dienst van een ander in de zin van artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en het invoeren van een rechtsvermoeden.

Verduidelijking van artikel 7:610 BW
Met het wetsvoorstel wordt met name beoogd het ‘in dienst van’-criterium te verduidelijken. Van arbeid verrichten in dienst van een werkgever als bedoeld in het eerste lid is, volgens het nieuwe tweede lid, sprake indien:
a. de arbeid wordt verricht onder werkinhoudelijke aansturing door de werkgever; of
b. de arbeid of de werknemer organisatorisch zijn ingebed in de organisatie van de werkgever; en
c. de werknemer de arbeid niet voor eigen rekening en risico verricht.

In het nieuwe derde en vierde lid komt een wettelijke rangorde van deze ABC-toets en kan bij AMvB verduidelijking van de begrippen en de wegingsfactoren worden gegeven.

Uit de concept-memorie van toelichting volgt dat de zogenoemde C-toets, het ondernemerschap, in beginsel moet worden betrokken in de te beoordelen rechtsverhouding (oftewel intern ondernemerschap). Onder omstandigheden kan ook het ondernemerschap buiten de rechtsbetrekking van belang zijn. Dit wordt de zogenoemde C+ genoemd. 

Rechtsvermoeden op basis van een tarief van € 32,24
Naast de verduidelijking van ‘gezag’, wordt ook een extra rechtsvermoeden ingevoerd op basis van een tarief. In een nieuw artikel 7:610aa BW is bepaald dat indien tegen een beloning van niet meer dan € 32,24 arbeid wordt verricht, vermoed wordt sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst. Dit bedrag is een optelsom van 120% van het WML maal een factor 1,5 omdat een zzp’er niet alleen maar declarabele uren maakt, maar ook administratie en offertes moet verwerken.

Prejudiciële vragen Uber-zaak
Eerder deze week overwoog het Hof Amsterdam prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over de reikwijdte van ‘ondernemerschap’ zoals genoemd in Deliveroo. Het hof wenst te vernemen of het zo kan zijn dat de rechtsverhouding van twee werkers die precies hetzelfde werk doen voor dezelfde partij, toch verschillend worden gekwalificeerd. Daarbij wenst het hof in het bijzonder te vernemen of het ondernemerschap binnen de te beoordelen rechtsverhouding moet worden beoordeeld (en hoe dan?) of dat ook omstandigheden buiten de te beoordelen rechtsverhouding dienen te worden betrokken.  Klik hier om de Uber-zaak (AR 2023-1189) te lezen.