Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Werknemer (geboren in 1955) is op 8 oktober 1990 in dienst getreden bij een rechtsvoorgangster van Jacobs. In 2002 heeft werknemer zich ziek gemeld in verband met spanningen op de werkvloer. Vanaf 2002 tot 2005 is werknemer meermalen uitgevallen, heeft een re-integratietraject plaatsgevonden en is mediation voorgesteld door de Arboarts. In februari 2005 wordt de arbeidsovereenkomst met toestemming van de CWI opgezegd.

De werknemer heeft in een kennelijk onredelijke ontslagprocedure schadevergoeding gevorderd voor geleden en nog te leiden schade. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat werknemer stelt dat hij aan een burn-out lijdt, maar dit niet onderbouwt en terzake ook geen specifiek bewijsaanbod doet. Tevens overweegt de rechtbank, dat aannemelijk is dat de oorzaak van het conflict op zijn minst mede bij werknemer zelf ligt en dat van een verband tussen de klachten van werknemer en de werkzaamheden bij werkgever niet is gebleken. De rechtbank heeft de vorderingen van werknemer afgewezen.

In hoger beroep oordeelt het hof dat zonder nadere toelichting van werknemer, die ontbreekt, niet valt te zien dat er een relatie bestaat tussen de (psychische) klachten van werknemer wegens agorafobie en zijn werkzaamheden voor Jacobs. Dat deze of andere klachten van werknemer te wijten zijn aan overspannenheid of burn-out als gevolg van zijn werk voor Jacobs, is niet met stukken (uit de behandelende sector of anderszins) onderbouwd, zoals ook de rechtbank terecht reeds signaleerde. Het enkele feit dat jegens de werkgever een loonsanctie door de UWV is opgelegd wegens te laat starten van re-integratie-inspanningen maakt het ontslag evenmin kennelijk onredelijk.

Ten slotte spelen de overige persoonlijke omstandigheden van werknemer een rol. Ten tijde van de ontslagaanvraag was werknemer al bijna drie jaar arbeidsongeschikt. Werknemer was toen 49 jaar. Werknemer is ruim veertien jaar in dienst geweest van Jacobs. Vast staat dat werknemer gedurende deze jaren hard heeft gewerkt voor Jacobs en dat Jacobs hem als vakman zeer waardeerde. Het hof heeft, mede gezien het feit dat werknemer vakinhoudelijk goed heeft gefunctioneerd bij Jacobs, geen reden om aan te nemen dat zijn leeftijd ten tijde van het ontslag een belemmering zou vormen voor het vinden van een nieuwe baan. Voornoemde omstandigheden maken dus niet dat het ontslag vanwege de gevolgen kennelijk onredelijk is. Ten overvloede overweegt het hof, dat hoewel het vanzelfsprekend triest is dat werknemer naar eigen zeggen “inmiddels alles heeft verloren: zijn werk, zijn huwelijk en zijn huis”, hij weinig inkomen heeft en als alleenstaande vader voor zijn kleine zoon moet zorgen, dit omstandigheden zijn die zich ten tijde van het ontslag nog niet voordeden en toen ook niet konden worden verwacht. Laatstgenoemde omstandigheden wegen hierom niet mee bij de beoordeling of het ontslag kennelijk onredelijk is.

Volgt bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank.