Rechtspraak
Werkneemster is arbeidsongeschikt wegens ziekte. Werkgeefster heeft werkneemster een aantal keren gesommeerd te verschijnen bij de bedrijfsarts. Uiteindelijk heeft werkgeefster werkneemster op staande voet ontslagen wegens het niet verschijnen op het werk en het uitblijven van enige reactie op de eerdere correspondentie. Werkneemster heeft de nietigheid van het ontslag in geroepen en een loonvordering ingesteld.
De kantonrechter is van oordeel dat de werkgeefster op de hoogte was van het feit dat werkneemster een advocaat had geraadpleegd en heeft ook met die gemachtigde gecorrespondeerd. De werkgever had de brieven die direct de rechtspositie raken, zoals de brief waarin werd aangekondigd dat het loon zou worden opgeschort en de brief waarin werd aangezegd dat de arbeidsovereenkomst zou worden beƫindigd, niet (alleen) naar het bij werkgever bekende huisadres mogen sturen. Onder de omstandigheden dat werkneemster de Nederlandse taal slecht beheerst en niet bekend is met de gang van zaken hier te lande diende de werkgever brieven met dergelijke vergaande consequenties (tevens) aan de gemachtigde van de werkneemster te sturen. Dit onzorgvuldig handelen van de werkgever tegenover het verzuim van werkneemster om te voldoen aan haar re-integratieverplichtingen leidt ertoe dat geen sprake is van een dringende reden in de zin van de wet. De loonvordering van werkneemster wordt toegewezen.