Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

A is als onderzoeker actief bij AMC. Nadat B melding heeft gemaakt van wetenschappelijk wangedrag, wordt A de toegang tot het laboratorium ontzegd. A vordert weder toelating tot het laboratorium en schadevergoeding. A bestrijdt niet dat het AMC gerechtigd is om een wetenschapper die herhaaldelijk wetenschappelijk wangedrag vertoont, de toegang tot zijn laboratoria te ontzeggen en te verbieden nog langer te publiceren onder vermelding van zijn naam. A ontkent echter dat hij zich wetenschappelijk heeft misdragen.

Naar het oordeel van de rechtbank is van wetenschappelijk wangedrag in elk geval sprake indien een wetenschapper bij de verslaglegging van zijn onderzoek ten behoeve van publicatie of ander extern gebruik, gegevens onjuist en/of misleidend presenteert en/of fictieve gegevens als echt presenteert. Daarbij acht de rechtbank, anders dan het LOWI, het niet relevant of de daaraan verbonden risico's voor de verdere wetenschapsbeoefening - onder meer belemmering van de mogelijkheid tot een juiste waardering, herhaling en uitbreiding/toepassing van het onderzoek - alsmede voor de reputatie van de onderzoeker en de instelling waar hij zijn onderzoek verricht, zich uiteindelijk ook daadwerkelijk hebben gerealiseerd.

Mede gezien het feit dat A noch tegenover de Ombudsman noch tegenover de ad hoc commissie van het AMC op enigerlei wijze zijn verantwoordelijkheid voor deze fouten heeft erkend, konden nieuwe incidenten in de toekomst ook niet worden uitgesloten door het AMC. De door het AMC gevoelde noodzaak om zijn eigen reputatie als centrum van hoogwaardig en integer wetenschappelijk onderzoek - welke reputatie niet is weersproken - te beschermen, rechtvaardigde naar het oordeel van de rechtbank dan ook zijn besluit van 15 oktober 2003 om A de toegang tot de laboratoria te ontzeggen en hem te verbieden publicaties uit te doen gaan over zijn onderzoek waarin de naam van het AMC wordt vermeld.