Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Werknemer is in 1986 in dienst getreden bij Chromally als machine operator. In 2000 valt werknemer wegens ziekte uit. Vanaf 2001 valt werknemer permanent uit voor zijn bedongen functie. De werkgever zegt tegen 31 januari 2003 de arbeidsovereenkomst met werknemer op wegens voortdurende arbeidsongeschiktheid. De werknemer vordert een schadevergoeding ex artikel 7:681 BW.

De vordering wordt in eerste aanleg deels toegewezen. In hoger beroep wordt de vordering van werknemer afgewezen. Tegen deze afwijzing stelt werknemer beroep in cassatie in.

Centraal staat de vraag of het enkele feit dat de werknemer arbeidsongeschikt is geworden tijdens dienstverband voldoende is om de kennelijke onredelijkheid van het ontslag aanwezig te achten.

De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het bestreden arrest, dat de enkele omstandigheid dat werknemer na een langdurig dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid is ontslagen, op zichzelf beschouwd geen grond oplevert voor het toekennen van een vergoeding juist is. In zijn arrest van 25 juni 1999, nr. C98/020, NJ 1999, 601, waarop Chromalloy zich in dit verband met name heeft beroepen, heeft de Hoge Raad niet anders geoordeeld, maar de lengte van het dienstverband van de betrokken werknemer (bijna 25 jaar) in aanmerking genomen in samenhang met de door de rechtbank vastgestelde omstandigheden (i) dat de werknemer na dat lange dienstverband te oud en te zwak was geworden om zijn - naar onweersproken vaststond: zware en slecht voor de gezondheid zijnde - werk nog langer te verrichten, (ii) de leeftijd van de werknemer, (iii) de voor hem beperkte mogelijkheid om ander (passend) werk te vinden, en ten slotte (iv) dat de werkgever aan de werknemer slechts een vergoeding van een maand brutosalaris had aangeboden. Voor zover het onderdeel mede betoogt dat de lange duur van het dienstverband in samenhang met andere omstandigheden grond kan opleveren voor het oordeel dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, is het weliswaar op een juiste rechtsopvatting gebaseerd, maar kan het niet tot cassatie leiden omdat het hof dit niet heeft miskend.

Volgt verwerping van beroep.