Rechtspraak
Werknemer, verpleegkundige op de psychiatrische afdeling van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud, heeft op 23 november 2005 de KUN schriftelijk verzocht om vermindering van haar arbeidsduur van 24 naar 16 uur per week. Het verzoek is bij brief van 2 januari 2006 schriftelijk door de KUN afgewezen om redenen van, samengevat weergegeven, continuïteit en kwaliteit van de patiëntenzorg. Volgens de KUN is een minimale werkweek van 24 uur geboden.
Het hof oordeelt voorshands als volgt. In het recente verleden heeft werknemer gedurende 21 maanden in een periode van in totaal 23 maanden 16 respectievelijk 18 uur gewerkt. Gesteld noch gebleken is dat er in die periode sprake is geweest van een schending van enig concreet patiëntenbelang als gevolg van die verminderde arbeidsduur. Er is geen enkel voorbeeld te noemen van een voor een patiënt nadelig incident, gerelateerd aan de toenmalige vermindering van arbeidsuren van werknemer. Evenmin is er in zijn functie als Eerst Verantwoordelijke Verpleegkundige, hetgeen hij in deze periode eveneens was, een nadelig effect aan te wijzen. Het hof overweegt ten slotte dat de stelling, dat de taken van de overige leden van het team door de arbeidsduurvermindering van werknemer wordt verzwaard, niet wordt onderbouwd.
Het hof oordeelt dan ook dat de KUN er niet in is geslaagd om aan te tonen dat er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang in de zin van artikel 2, vijfde lid van de WAA. Volgt vernietiging van het oordeel van de kantonrechter en toewijzing van de gevorderde aanpassing van de arbeidsduur.