Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Werkneemster beschikt over een door de werkgever beschikbaar gestelde leaseauto. De partner van de werkneemster neemt deze auto 's morgens vroeg mee, zonder dat de werkneemster daarvan afweet. De partner overkomt een ongeval en de auto is total loss. Bloedonderzoek heeft uitgewezen dat bij de partner sprake was van (licht) cannabisgebruik. De werkgever verwijt de werkneemster dat zij de sleutels van de auto op een plek heeft laten liggen waar haar partner deze kon pakken. Werkgever spreekt nu werkneemster aan op grond van primair 6:162 BW, subsidiair 7:661 BW en meer-subsidiair 7:611 BW. Kantonrechter wijst de vordering af.

Hoewel de primaire vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad moet de beperking van de aansprakelijkheid die artikel 7:661 BW de werknemer biedt, ook bij de boordeling van deze vordering toepassing vinden (HR JOL 2007, 152). De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van een onrechtmatige gedraging. Gesteld noch gebleken is dat werkneemster op de hoogte was van het cannabisgebruik of dat de partner eerder ter zake met de politie in aanraking was gekomen. Er rustte op de werkneemster geen plicht om de sleutels op een afgesloten plek op te bergen. Artikel 7:661 BW mist toepassing omdat het hier niet gaat om schade die in de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is veroorzaakt. Ook aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW wordt via 7:661 BW gekleurd. Het enkele feit dat gedaagde de autosleutels in haar woning heeft laten liggen op een plaats waar haar partner deze kon pakken, brengt, zonder de aanwezigheid van de bovengenoemde omstandigheden, niet met zich dat werkneemster zich niet als goed werkneemster heeft gedragen. Volgt afwijzing vordering.