Rechtspraak
Nu de voorgenomen integratie waarvan in de Akte wordt gerept, minst genomen de vraag oproept of er sprake is van een overgang van onderneming in de zin van art. 7:662 BW, en over die beoogde integratie geen openheid van zaken wordt gegeven in het verzoek aan de CWI, is het hof van oordeel dat de ontslagvergunning is gevraagd en verkregen onder opgave van een voorgewende reden, zodat het ontslag uit dien hoofde als kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt. Ten overvloede zal het hof de juistheid onderzoeken van de stelling van werknemer dat het litigieuze ontslag kennelijk onredelijk is omdat, mede in aanmerking genomen de voor hem getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden ander passend werk te vinden, de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Drenth Verven daarbij. Het hof is met [appellant] van oordeel dat zulks het geval is. Bij dit oordeel heeft het hof in aanmerking genomen het langdurig dienstverband van werknemer met Drenth Verven, de in verband met diens leeftijd moeilijke positie op de arbeidsmarkt, alsmede de voor hem getroffen uiterst sobere voorziening enerzijds en het belang van Drenth Verven bij de beƫindiging van de arbeidsovereenkomst uit hoofde van de bedrijfseconomische positie waarin zij destijds verkeerde. Kantonrechtersformule wordt niet toegepast, immers onjuiste maatstaf.