Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Eiseres was aanvankelijk in dienst van een bedrijf in Taiwan. Van daaruit is zij naar Nederland uitgezonden om een dochteronderneming, gedaagde in deze procedure. Gedaagde is in juli 2003 geliquideerd. In verband daarmee is arbeidsovereenkomst met eiseres beëindigd. Vóór de liquidatie hebben partijen een arbeidscontract gesloten voor onbepaalde tijd. Eiseres is, eveneens vóór de liquidatie, teruggekeerd het hoofdkantoor, omdat haar te kennen was gegeven dat zij daarheen werd over-, c.q. teruggeplaatst. Zij is daarna teruggekeerd naar Nederland. Gedaagde heeft geen gebruik meer gemaakt van haar diensten als werkneemster en eiseres heeft sindsdien geen salaris meer ontvangen van gedaagde. Bij haar vertrek naar het hoofdkantoor heeft eiseres de harddisk uit haar computer laten halen en deze meegenomen. Zij heeft deze enkele dagen later geretourneerd aan het hoofdkantoor in Taiwan, van waaruit de harddisk per post is teruggestuurd aan gedaagde. Daarop is eiseres door gedaagde op staande voet ontslagen wegens het verwijderen van de harddisk uit haar computer. Eiseres vordert betaling van het achterstallig salaris en voorrechtverklaring dat de arbeidsovereenkomst tot een bepaalde datum heeft voortgeduurd. De kantonrechter wijst de loonvordering toe, stellende dat het ontslag op staande voet buiten alle proporties is gegeven.