Rechtspraak
Werknemer is sinds 23 december 1963 in dienst van Yara. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst (artikel 4) staat opgenomen dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, doch uiterlijk op de eerste dag van de maand dat werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt van rechtswege tot een einde zal komen. De pensioengerechtigde leeftijd bedroeg op dat moment 65 jaar. Sinds 1 januari 1998 is er een nieuwe pensioenregeling van kracht geworden, welke tot uitkering overgaat indien de werknemer de leeftijd van 61 jaar en 8 maanden heeft bereikt.
Volgens Yara is vanwege deze nieuwe regeling de arbeidsovereenkomst van rechtswege geëindigd met werknemer. Het hof deelt niet het standpunt van Yara, inhoudend dat met de in artikel 4. van de arbeidsovereenkomst vermelde “pensioengerechtigde leeftijd” waarop het dienstverband in elk geval van rechtswege eindigt, (inmiddels) de “richtprepensioendatum” van Pensioenreglement 1A wordt bedoeld, dit in verband met het volgende. Op het moment dat de arbeidsovereenkomst (opnieuw) werd gesloten was er voor werknemer nog geen sprake van een andere regeling dan de “gewone” pensioenregeling met een pensioendatum op 65-jarige leeftijd. Die datum was dus het uitgangspunt voor de toepassing van voormeld artikel 4. Uitleg van deze bepaling conform de Haviltex norm brengt met zich dat de werknemer artikel 4 niet anders had kunnen en moeten begrijpen dan dat daarmee werd beoogd de arbeidsovereenkomst van rechtswege te doen eindigen bij het bereiken van de 65 jaar.
Dat werknemer relatief duur is en arbeidsplaatsen bezet houdt welke een goede doorstroming belemmert, doet hier niet aan af. De werkgever had dan andere afspraken moeten overeenkomen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Vordering van werkgever wordt afgewezen.