Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Appellant meent dat hij krachtens de stageovereenkomst recht heeft op een arbeidsovereenkomst. In navolging van de voorzieningenrechter oordeelt het hof dat op de beëindiging van een stageovereenkomst de beschermende bepalingen van 7.10 BW niet van toepassing zijn. Geïntimeerde heeft tijdens de stage de kwaliteiten van appellant kunnen beoordelen en kennelijk bevonden dat hij niet geschikt was voor de functie chauffeur. Het hof bekrachtigt het kortgedingvonnis.