Rechtspraak
Een rechtsbijstandverzekeraar heeft verzekerde rechtsbijstand verleend bij het verhalen van de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van een ongeval (inademen van schadelijke stoffen) op haar oud-werkgever (Erasmus Universiteit Rotterdam). Hierbij heeft de rechtsbijstandverzekeraar (althans de door haar ingeschakelde derden) volgens verzekerde niet tijdig een verzoek om een zelfstandig schadebesluit gedaan aan de oud-werkgever, als gevolg waarvan de vordering van verzekerde op haar oud-werkgever hoogstwaarschijnlijk is verjaard. Verzekerde houdt de rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk voor de door haar als gevolg hiervan geleden en nog te lijden schade. De rechtbank overweegt als volgt: Als belangenbehartiger van verzekerde diende de rechtsbijstandverzekeraar naar het oordeel van de rechtbank vanaf het moment dat verzekerde zich in 1994 tot haar wendde een strategie te voeren om deze schade vergoed te verkrijgen. Uit de vele verschillende acties (zowel bestuursrechtelijke als civielrechtelijke) die door de rechtsbijstandverzekeraar en/of door haar ingeschakelde advocaten zijn gevoerd, valt voor de rechtbank geenszins een door de rechtsbijstandverzekeraar gevoerde strategie af te leiden. De rechtsbijstandverzekeraar voert slechts aan dat de procedure die thans bij de rechtbank jegens de oud-werkgever wordt gevoerd naar haar stellige overtuiging de juiste weg is teneinde de oud-werkgever tot een schadevergoeding te bewegen. Voor zover dit het geval zou zijn, dan neemt dit naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat de rechtsbijstandverzekeraar als belangenbehartiger eerder de juiste civielrechtelijke of bestuursrechtelijke weg had kunnen en moeten bewandelen. Dit betekent dat de rechtsbijstandverzekeraar naar het oordeel van de rechtbank niet heeft gehandeld zoals een redelijk handelend en bekwaam rechtshulpverlener betaamt. Nu sprake is van een toerekenbare tekortkoming, is de rechtsbijstandverzekeraar aansprakelijk voor de schade die verzekerde als gevolg hiervan lijdt. Wanneer een rechtsbijstandverzekeraar er voor kiest advocaten in te schakelen, houdt de rechtsverhouding tussen de rechtsbijstandverzekeraar en de verzekerde (de rechtsbijstandzoekende) in zijn algemeenheid mede in, dat de rechtsbijstandverzekeraar supervisie dient te houden op deze advocaten. Hiermee strookt niet dat de rechtsbijstandverzekeraar haar aansprakelijkheid voor het handelen en/of nalaten van deze advocaten jegens de verzekerde zou kunnen uitsluiten. Gelet op deze rechtsverhouding tussen de rechtsbijstandverzekeraar en de verzekerde en de overige omstandigheden van het geval acht de rechtbank artikel 3 lid 7 van de algemene voorwaarden (waarin de aansprakelijkheid van de rechtsbijstandverzekeraar voor externe deskundigen wordt uitgesloten) onredelijk bezwarend.