Rechtspraak
Eiser vordert een verklaring voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door eiser af te wijzen voor functie van klantmanager SZW. Door eiser te weigeren voor de functie van klantmanager omdat hij niet bereid is vrouwen de hand te schudden heeft de Gemeente indirect onderscheid gemaakt in de zin van artikel 1 aanhef en sub c Awgb. De Gemeente handelt hiermee in strijd met artikel 1 jo. 5 lid 1 aanhef en sub d van de Algemene wet gelijke behandeling (‘Awgb’), althans zij schendt de godsdienstvrijheid van eiser in de zin van artikel 9 EVRM, artikel 18 IVBPR en artikel 6 van de Grondwet.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Artikel 5 lid 1 aanhef en sub a Awgb verbiedt onderscheid bij de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking en artikel 5 lid 1 aanhef en sub d Awgb verbiedt het maken van onderscheid bij het aanstellen tot ambtenaar. De Gemeente handelt derhalve in strijd met de bepalingen in de Awgb, tenzij het door haar gemaakte (indirecte) onderscheid een rechtvaardiging vindt in een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn (artikel 2 Awgb). De Gemeente betoogt dat voor het door haar gemaakte indirecte onderscheid een rechtvaardigingsgrond is, te weten dat de Gemeente ervoor heeft te waken dat geen inbreuk wordt gemaakt op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
Naar het oordeel van de rechtbank streeft de Gemeente een legitiem doel na om bij de ontvangst van haar klanten geen onderscheid te willen maken tussen mannen en vrouwen. De Gemeente zou er voor kunnen kiezen om voor te schrijven dat klantmanagers, of een bepaalde klantmanager, zoals eiser, niemand de hand schudt. Ook op die manier wordt immers het onderscheid tussen mannen en vrouwen voorkomen. Echter, als de Gemeente een dergelijke maatregel zou nemen, zou dat er op neerkomen dat zij niet langer bereid is jegens mannen en vrouwen een in Nederland gebruikelijke begroetings- en beleefdheidsvorm in acht te nemen, omdat de gemeente door die vorm wel in acht te willen blijven nemen indirect onderscheid maakt jegens eiser. Het maken van dit indirecte onderscheid is derhalve noodzakelijk, omdat de Gemeente er voor mag kiezen de in Nederland gebruikelijke begroetings- en beleefdheidsvorm jegens alle burgers in acht te nemen. Dat de Gemeente er van heeft afgezien om eiser aan te stellen als klantmanager is naar het oordeel van de rechtbank een passend en noodzakelijk middel om het doel te bereiken bij de ontvangst van haar klanten geen onderscheid te willen maken tussen mannen en vrouwen. Het door de Gemeente gemaakte (indirecte) onderscheid is derhalve objectief gerechtvaardigd. Van onrechtmatig handelen door de Gemeente is geen sprake.
Omdat de Awgb kan worden beschouwd als een lex specialis van artikelen 9 EVRM, 18 IVBPR en 6 GW, behoeven deze artikelen geen bespreking meer.