Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Centraal staat de vraag of werknemer na herstelverklaring tot einde dienstverband vakantiedagen heeft genoten of dat deze alsnog uitbetaald dienen te worden. Door gedaagde wordt ervan uitgegaan dat eiser op 1 augustus 2007 recht had op 32 vakantiedagen. In de visie van gedaagde waren deze op 17 september 2007 opgesoupeerd, waarbij zij ervan uitgaat dat eiser vanaf 1 augustus weer arbeidsgeschikt was en vanaf die dag vakantie genoot. In deze kwestie speelt de uitleg van artikel 7: 636 BW een rol. Eiser was arbeidsongeschikt en gedaagde stelt dat hij op 1 augustus was hersteld. Indien zou komen vast te staan dat eiser per 1 augustus 2007 weer arbeidsgeschikt was, dan zou er vanaf deze datum sprake kunnen zijn van ongeoorloofd verzuim. In de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 1962/63, 7168, nr3, blz. 7) is over ongeoorloofd verzuim in relatie tot artikel 7: 636 BW het volgende opgemerkt: Het ontwerp zwijgt in dit verband over het verzuim zonder geldige reden. Een voorziening ten aanzien van verzuim zonder geldige reden is niet nodig., omdat dit verzuim in het algemeen leidt tot het verlies van de aanspraak op loon. Partijen kunnen echter overeenkomen de tijd van dit verzuim als vakantie te beschouwen. Achteraf kan dus verzuim zonder geldige reden in rechtsgeldige vakantie worden omgezet. Niet is gesteld noch is anderszins gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat de verzuimdagen in de periode van 1 augustus 2007 tot 30 augustus 2007 als vakantie moeten worden beschouwd. Uitgangspunt is derhalve dat eiser op 1 augustus 2007 32 dagen vakantie heeft opgebouwd en dat hij daarvan in de periode van 30 augustus tot einde dienstverband, zoals in de dagvaarding wordt vermeld, 22 heeft opgenomen. Eiser heeft daarom nog recht op een vergoeding voor 10 niet genoten vakantiedagen. De daarop betrekking hebbende vordering zal worden toegewezen. Nu eiser betwist dat hij over de periode van 1 januari 2007 tot 28 september 2007 de volledige vakantietoeslag heeft ontvangen zal gedaagde worden toegelaten te bewijzen dat zij dat wel heeft gedaan.

Volgt aanhouding van de zaak.